Fotoverslag vakantie Nieuw Zeeland

wpid-img_20141222_215245.jpg

Drie weken vakantie was niet genoeg om Nieuw-Zeeland goed te bekijken. We zijn door gebieden gereden (en niet gestopt) die de toeristengidsen niet eens halen waar je je  moeiteloos drie weken kan vermaken. Maw: we moeten ooit nog een keer terug. Hieronder een fotografisch overzicht van de pracht van Nieuw-Zeeland.

wpid-img_20141215_204158.jpg wpid-img_20141215_203333.jpg wpid-img_20141215_203149.jpg

Windy Wellington had gelukkig voor ons een paar zonnige dagen in petto.

wpid-img_20141215_202038.jpg wpid-img_20141215_202221.jpg wpid-img_20141215_202357.jpg

Wellington – Zealandia eco-sanctuary – Tui & Kaka (papagaai)

wpid-img_20141217_174632.jpg

Otago peninsula bij Dunedin

wpid-img_20141217_174145.jpg wpid-img_20141217_174328.jpg

Otago peninsula bij Dunedin – royal albatross

wpid-img_20141217_175528.jpg wpid-img_20141217_175423.jpg

Otago peninsula bij Dunedin – yellow-eyed penguin met kids & blue penguin

wpid-img_20141217_175348.jpg wpid-img_20141217_175240.jpg

Otago peninsula bij Dunedin – NZ fur seal met kids (zeehond)

wpid-img_20141217_174505.jpg wpid-img_20141217_174422.jpg

Otago peninsula bij Dunedin – broedende spotted shag (aalscholver)

wpid-img_20141219_082448.jpg wpid-img_20141219_083013.jpg wpid-img_20141219_083310.jpg

Verre familie van Judith met boerderij in de buurt van Dunedin

wpid-img_20141220_183810.jpgwpid-img_20141220_185943.jpg wpid-img_20141220_185822.jpg  wpid-img_20141222_215943.jpg wpid-img_20141222_220230.jpg wpid-img_20141219_130534.jpg

Te Anau & Kepler track – prachtige tocht, soms een beetje vermoeiend…

wpid-img_20141222_215552.jpg wpid-img_20141222_215348.jpg wpid-img_20141222_220118.jpg

Queenstown & Glenorchy

wpid-img_20141225_093548.jpg

Franz Joseph gletsjer – een “witte” kerst

wpid-img_20150104_124455.jpg wpid-img_20141222_215124.jpg

Kea (papagaai)

wpid-img_20150104_131713.jpg wpid-img_20150104_131547.jpg

Christchurch – bijna niets over van het stadscentrum na de aardbeving in 2011

wpid-img_20150104_131941.jpg wpid-img_20150104_131845.jpg

Kaikoura – kuststrook met zeehonden en dolfijnen

wpid-img_20150101_135845.jpgwpid-img_20150101_121810.jpg  wpid-img_20150101_135531.jpg wpid-img_20150104_124043.jpg

Abel Tasman National Park – Nieuwjaarsdag (inclusief duik) en bezoek aan Marja-Mia Brusse

Kupang Everyday Life #3 – Vissie doen bij de Pasar Malam?

pasarmalam4

De duisternis valt snel in, maar dat triggert nog maar weinig van de tientallen brommertjes die om ons heen zwermen om hun licht aan te doen. Als ze dat al hebben. Zo goed en zo kwaad als het gaat navigeer ik door de chaos, met af en toe een goede test van onze remmen. Het lijkt wel of iedereen onderweg is, zo druk is het. We zijn op weg naar de pasar malam, de avondmarkt. Iedere avond worden een paar straten in het oude centrum afgezet om te worden overgenomen door tientallen eetstalletjes. De tentjes worden voornamelijk gerund door moslims. Dat valt wel op in het christelijke Kupang, maar vlakbij zee wonen er meer moslims, dus dit zal wel historisch zo zijn gegroeid. Vroeger lag de pasar malam prachtig aan zee, maar het uitzicht is ons ontnomen door een treurige rij winkelpanden die hetzelfde verkopen als iedere andere winkel in Kupang: afgekeurde Chinese rotzooi, instant-alles en beltegoed. Een effectievere manier om een triple-A locatie enorm te degraderen is moeilijk te bedenken.

pasarmalam6
Desondanks komen we er graag en dat komt door de kwaliteit van het eten en drinken. Het is er dan ook altijd druk. De stalletjes verkopen een enorme variëteit aan vis, inktvis, garnalen, krabben en schelpdieren. Verse vis is overal in Kupang goed verkrijgbaar, maar als het gaat over schelpdieren en garnalen dapasarmalam3n wordt het al een stuk lastiger. En dan heb ik het nog niet over hoe lekker het wordt klaargemaakt. Verwacht geen haute cuisine met amuses en liflafjes, maar eenvoudige met aandacht bereidde gerechten. Achter de stalletjes staan stoelen, banken en tafels waar je al het lekkers kan verorberen. Daar hoort natuurlijk wel wat lekkers te drinken bij en daar is aan gedacht. Er zijn ook stalletjes waar je de meest uiteenlopende verse sapjes kan bestellen. In ieder andere tent in Kupang is al gauw de helft van het sapjes-menu habis (uitverkocht). Dat zal je hier niet snel gebeuren.

pasarmalam1

We maken onze keus qua eten en drinken en zoeken een plekje. Met een beetje pech zit je aan een tafeltje waarbij van twee kanten tegelijk een muur van luidsprekers de Indonesische varianten van Nick & Simon in je oor tetteren. Een beginnersfout. Ondertussen weten we waar het wat rustiger toeven is. Al snel zitten we lekker te eten. Het pellen van de gemarineerde garnalen of het openpeuteren van de krabben en schelpen zou een enorme knoeiboel op kunnen leveren, maar gelukkig zijn onze kinderen enorm goed opgevoed. Ahum… Behulpzaam worden kleine bakjes water (zoals in Nederland bij de spareribs) op de iets te smalle tafel neergezet om de vieze vingers schoon mee te maken. Het is altijd weer de vraag hoeveel bakjes water in wiens schoot belanden.

pasarmalam2
Als je er een tijdje zit, dan begin je langzaam door de setting heen te kijken en zie je dat de vrolijke kraampjes in een doodgewoon straatje staan. Wat een afspraak om iedere avond met zijn allen met de etenskraampjes naar die plek te komen al niet voor elkaar kan krijgen. Nu pas zie ik dat achter de stalletjes een prachtig oud pand staat. Enorm vervallen, maar prachtig. Het is een oude ijsfabriek die luistert naar de naam “Minerva”. Dat laatste is dan weer jammer. Hoe komt het aan pasarmalam7die naam vraag je je af. Een prachtige locatie voor misschien mijn eerste restaurant? Dan moet ik wel eerst de corrupte ambtenaar die de illegale bouwvergunning voor de winkeltjes die het uitzicht belemmeren heeft goedgekeurd omkopen om diezelfde winkeltjes weer weg te bulldozeren en er weer een mooie promenade van te maken. Niet helemaal mijn stijl, maar toch… Als Kupang het voor elkaar zou krijgen om een paar van dat soort plekken te creëren, dan zou het zich in één keer op de kaart zetten als stad waar voor meer dan een stop-over voor een nacht. En zo fantaseer ik nog even verder. De kinderen zitten ondertussen drie tafeltjes verderop hun vieze vingers schoon te vegen aan de kleren van die vriendelijk lachende Indonesische familie. Hoogste tijd om naar huis te gaan. We kopen nog snel even wat pakjes zoete rijst in bananenblad (toetje!) en rekenen af bij alle verschillende stalletjes waar we iets hebben gekocht. Met alle smaken nog in onze mond verdwijnen we in de Kupangse nacht.

pasarmalam5

Kupang Everyday Life #2 – Schiet Op, We Moeten Naar School!

school1

Lekker vroeg opstaan is het motto hier in Kupang en gezien de temperatuur helemaal niet zo’n gek idee. Om vijf over zeven staan we allemaal klaar om naar school te gaan. Tenminste dat dachten we. Dan blijkt dat Timothy toch nog een laatste hap brood moet, dat ie de schoenen die hij aanhad weer heeft uitgedaan en dat het toch nog is gelukt om de drinkfles die gisteravond nog in zijn tas zat toch weer zoek te maken. Het gebruikelijke gedoe in de ochtend, zoals bij zovelen. Gelukkig hebben wij Rivka, die om zes uur al klaar staat om te gaan en iedereen bij de les houdt om toch maar vooral niet op te laat te komen. We hebben geen idee waar die angst vandaan komt, maar het is wel een „dingetje”.

school5

School begint hier om half acht. De meeste dagen zijn de kids alledrie op andere tijden klaar en bovendien veranderen de tijden nogal vaak. Wat daar handig aan is, is ons tot nog toe ontgaan. Andere ouders horen we er niet over. Na één week continue heen en weer pendelen van huis naar school om weer de volgende op te halen, hebben we maar gauw een brommertaxi ingehuurd om de kinderen van school te halen. Oom Beny, zoals hij wordt genoemd, blijkt zeer betrouwbaar en het geeft rust. De school is op ongeveer een kwartier rijden met de auto, behalve als de verkeerspolitie een poging doet om het verkeer te regelen, dan duurt het twee keer zo lang.

school3De school heeft een aantal hogere doelen (bijv. „Developing the Future Leaders of Indonesia”), uitgangspunten en daarvan afgeleide leerdoelen die op het eerste gezicht misschien wat hoogdravend lijken. Ondertussen vind ik dat het zeer concreet maken van gewenst gedrag erg nodig is, omdat dit gedrag zo afwezig is (vooral bij de volwassenen). Ik denk er sterk over om een aantal van deze punten één op één te kopiëren voor mijn collegereeks die volgende week start. Ik twijfel nog of ik er dan bij moet zeggen dat ik deze rechtstreeks van Timothy’s kleuterschool heb overgenomen.

Er wordt lesgegeven in het Indonesisch en het Engels. Dit betekent dat onze kinderen dus drietalig opgroeien. Vooralsnog gaat dat goed. De kinderen kunnen beter Indonesisch dan wij, erg handig als ik een woord niet weet. Ook het Engels begint vorm te krijgen. We kunnen nog niet echt hoogte krijgen van het niveau, wat ze nu echt leren op school en hoe het zich verhoudt tot het Nederlandse onderwijs. We besteden dan ook thuis nog veel tijd aan het doornemen van de stof (ze hebben al huiswerk!) of extra stof zoals bijvoorbeeld rekenen op Khan Academy.

school4Regelmatig is er een communicatiestoornis met school. Zo bleek bijvoorbeeld laatst dat Esther al had moeten kunnen lezen en schrijven voordat ze aan dit schooljaar begon (klas 1, vergelijkbaar met groep 3). Wij wisten van niets en dachten dat ze dat nu zou gaan leren. In het vorige schooljaar is hier ook niets over gezegd. Esther was toen druk bezig om de taal te leren. Dit zijn we nu dus weer aan het repareren. Zo is er iedere keer weer iets. Het niet-communiceren omdat je iemand niet tegen het hoofd wilt stoten, teleurstellen of omdat wordt gedacht dat er een bezwaar zou kunnen zijn, is redelijk onverenigbaar met hoe we het in Nederland gewend zijn. Langzamerhand worden we beter in hoe daarmee om te gaan, maar het is wel een van de lastigste culturele verschillen.

school2

Vorige week hadden Rivka en Esther een soort proefwerkweek. De week ervoor hadden ze vrij om het voor te bereiden. Dat heeft ons toen behoorlijk wat tijd gekost, niet in de laatste plaats omdat het Indonesisch voor ons ook best pittig is. De cijfers die ze hebben gescoord doen vermoeden dat het behoorlijk goed is gegaan. We zijn benieuwd wat de juffen ervan zeggen in het volgende 10-minutengesprek.

Sumba – Parel van Oost-Indonesië

Lamboya

Staan we op Timor soms al versteld van hoe dichtbij de bewoonde wereld er nog heel primitieve dorpjes zijn, op Sumba is het contrast mogelijk nog groter. Op korte afstand van standaard Indonesische stadjes, of soms zoals in Waikabubak er middenin op heuveltjes, liggen kleine dorpjes nog geheel in de oude traditie. Gelegen tussen Timor en Bali lijkt Sumba meer te bieden te hebben qua natuur dan Timor of het is in ieder geval beter toegankelijk. GrafsteenDe mensen op Sumba zijn zeer trots op hun cultuur die zich uit in bijvoorbeeld de specifiek Sumbanese huizen, de kleding, de houten beelden en de pasola (paardenraces). Dit zie je op Timor ook, maar de trots lijkt minder groot. Plaatsen op Sumba luisteren naar namen als Tambolaka, Waingapu of Waikabubak die mij in eerste instantie meer overkomen als namen van eilandjes in de Pacific. Wellicht lijkt het daardoor ook exotischer dan het in werkelijkheid is. We zijn ondertussen een aantal keer op Sumba geweest en aangezien het werk van Judith zich ook deels hier afspeelt verwacht ik dat we hier nog wel een stuk vaker gaan komen.

Desa

MantelzorgMet Ton & Evert zijn we naar West-Sumba geweest. Allereerst naar Waikabubak, een slaperig stadje met weinig highlights in het midden van het eiland, maar een prima uitvalsbasis voor excursies in de buurt en in het bezit van een van de beste art shops van het eiland voor de broodnodige souvenirs. Als ik ga hardlopen ren ik binnen de kortste keren over smalle paadjes door de natuur, iets wat in Kupang eigenlijk niet mogelijk is. We regelen onder andere een trip naar het nabije Nationaal Park en volgens de goede Indonesische traditie is het volstrekt onduidelijk wat de toegangsprijzen zijn. Tijdens de onderhandelingen met de park ranger worden officiële documenten gepresenteerd met werkelijk belachelijke prijzen (600 Euro per dag) voor toegang tot een gebied waar ook gewoon mensen wonen die echt niet betalen. Later zijn we ook door hetzelfde gebied gereden zonder iets te betalen. Orang TuaUiteindelijk komen we uit op iets meer dan een tiende van de prijs inclusief 4WD en gidsen. De gidsen bleken van onschatbare waarde, niet zo zeer als gids maar zeker wel als mantelzorgers voor Ton en Evert voor wie de tocht wel erg uitdagend was. De kids zijn daarentegen cum laude geslaagd voor hun klauterdiploma. De uiteindelijke bestemming was een waterval middenin de bush. De plek zou zonder meer dienst kunnen doen als set voor een volgende Lord of the Rings. Het woord idyllisch doet onvoldoende recht aan de omgeving.

IMG_20140701_151710  Ikat

Rumah Sumba

Uiteraard bezoeken we de traditionele dorpjes en zelfs een offerceremonie als onderdeel van een begrafenis. Het is fascinerend om te zien hoe de bewoners hun tradities in stand proberen te houden. Tegelijkertijd hebben ze natuurlijk wel allemaal een brommer en een mobieltje.

Strand Lamboya

De tweede plek waar we verblijven is aanzienlijk luxer, een piepklein resort in Lamboya, dichtbij de kust. We laten ons lekker vertroetelen. Ook dit is een prima uitvalsbasis voor wandelingen door de bergen en langs het strand. Vlakbij wordt jaarlijks een pasola gehouden, dat is een paardenrace. De plek heeft prachtig uitzicht over de omgeving en we vragen ons af hoe het zal zijn als hier de races worden gehouden. De eigenaar van het resort belooft ons plechtig dat hij zal bellen wanneer hij weet wanneer de volgende pasola wordt gehouden. We zijn benieuwd…

Pasola

De vertrektijd van de terugvlucht bleek te zijn veranderd, zonder dat Garuda Indonesia het nodig vond om dat aan ons te vertellen. Nog een geluk dat het naar een later tijdstip was. Verwonderd vraag ik me af al die andere mensen die ook voor niks 3 uur zitten te wachten dit ook niet onhandig vinden. Een mooie oefening voor mijn „letting-go”-practice. Adem in, adem uit. Vlak voor vertrek komt er een medewerker van Garuda naar me toe. Hij vertelt dat de vlucht ook nog overboekt is. Of ik Timothy’s ticket wil ruilen voor een baby-ticket en het overgrote deel van de ticketprijs wil terugkrijgen. Dan moet ik hem wel op schoot nemen. En oja, als de crew vraagt hoe oud Timothy eigenlijk is, dan moet ik twee zeggen en dat hij een beetje groot is voor zijn leeftijd. Langzamerhand zijn we Indonesisch genoeg om direct op het voorstel in te gaan, want de ticketprijzen waren ons al niet helemaal meegevallen. Timothy leefde zich bijna helemaal in in zijn babyrol. Gelukkig stelt er niemand een vraag als onze baby luidkeels tot tien telt in het Indonesisch.

IMG_20140722_221105 IMG_20140722_222146

Voor de bevestiging van Judith als predikant te Sumba moeten we een paar weken later naar Ramuk, in het midden van Sumba, waar een vergadering van de synode wordt gehouden. Houden we in het overgrote deel van de wereld vergaderingen met honderden deelnemers in de meest afschuwelijke conferentie oorden, zo niet te Sumba. Er is ook geen hotel van een dergelijke omvang op het eiland te vinden, maar de oplossing is geniaal. Men neemt een zeer afgelegen dorp, prachtig gelegen in een Nationaal Park, knapt het hele dorp op (alle huizen worden gebruikt als logeeradressen, wegen, water, elektriciteit, sanitair) en zie hier: je hebt een vergaderlocatie en na afloop hebben de bewoners alle faciliteiten. Er is geen bereik voor de mobiele telefoons, wat naar mijn idee een verademing is aangezien Indonesiers altijd de telefoon opnemen en dan luid beginnen te praten. Niet handig als je met zijn honderden bent. De reis er naar toe kan alleen per 4WD en voert door behoorlijk bergachtig gebied met prachtig uitzichten en zelfs door een aantal rivieren.

IMG_20140722_221647 IMG_20140722_221231

Rote – Paradijs off the beaten track

Sunset NemberalaHet is tegen achten als Judith ons (opa, oma, Rivka, Esther, Timothy & Haiko) in de haven van Kupang afzet bij de snelle boot naar Rote. Zelf zal ze een dagje later komen door verplichtingen op de universiteit. Vriendelijk lachende verkopers wijzen ons een keer of drie naar het verkeerde loket om kaartjes te kopen. Uiteindelijk kunnen we – met kaartjes – doorlopen naar de boot, waar het een drukte van belang is om alle dozen, kippen en koffers ingeladen te krijgen en alle passagiers te voorzien van pakjes drinken en doosjes met nasi en groente. De 1e klas stoelen die ik heb gekocht blijken zich te bevinden onderin de boot in een donkere ruimte die doet denken aan een bioscoopzaal van 25 jaar geleden. We kijken gelijk maar even hoe we hier snel weer uit kunnen komen en zijn blij verrast met de aanwezige zwemvesten. De boot lijkt niet volgens goed Koreaans gebruik veel te zwaar beladen te zijn, maar desondanks zijn de meeste passagiers zwaar verzonken in gebed voor een veilige overtocht. Uiteindelijk geeft de boot rond negen uur vol gas en vaart tussen Timor en Pulau Semau richting Rote. Halverwege de oversteek hebben de Indische Oceaan golven vrij spel en we beginnen te begrijpen waar alle gebeden op waren gericht. Rivka kruipt zeeziek lekker tegen oma aan en we zijn blij als we na anderhalf uur in de luwte van Rote het laatste stuk richting de haven van het plaatsje Ba’a varen.

Ba'aBa’a blijkt in het bezit van een heuse vuurtoren, welke meteen gezichtsbepalend is voor het hele dorp. Daarnaast is er een weg langs de zee met daarachter bebouwing, je zou het een boulevard kunnen noemen. Het doet meteen gemoedelijk aan. Het blijft verbazingwekkend dat het in Kupang niet gelukt is om zoiets simpels als een boulevard voor elkaar elkaar te krijgen. We checken in bij het Grace Hotel. De benedenverdieping is tegelijkertijd receptie, woonkamer voor de hele familie, winkel en was-/strijkruimte. Ik had het zelf niet zo bedacht, maar het kan. De kamers zijn zeer eenvoudig, maar schoon. We zijn de enige gasten en hebben de gemeenschappelijke ruimte voor ons zelf, inclusief het balkon met uitzicht op de vuurtoren, haven en de ondergaande zon. Op verkenningstocht in Ba’a later in de middag komen we terecht in een idyllisch aan zee gelegen kampong (wijkje) dat zich helemaal richt op de productie van ikat (geweven doeken). We worden continu omringd door de bewoners, tot vervelens toe. Het is duidelijk dat ze hier niet gewend zijn aan bezoek van toeristen. De meeste toeristen stoppen dan ook niet in Ba’a en reizen meteen door naar Nemberala, het surfparadijs.

Kids Ba'a’s Avonds lopen we direct tegen het gezelligste en beste restaurant van Ba’a aan. Het diner eindigt met dansende kinderen die de tent op zijn kop zetten. De volgende morgen wandelen we, in afwachting van de boot met Judith, een rondje in de buurt. Ba’a is niet veel meer dan wat lintbebouwing langs de kust plus wat straatjes daarachter en dus lopen we binnen de kortste keren door bossen en plantages in de heuvels. Bij gebrek aan toeristen heeft niemand gedacht aan het uitzetten van een toeristische wandelroute en wederom helpen Google Maps en OpenSourceMaps ons uit de brand. Vanuit de hoogte kunnen we in de gaten houden of de boot al in de buurt is en we lopen Judith in het dorp tegemoet. Die boot bleek, daar komen we nu achter, eerst niet en toen toch weer wel te gaan. Vanwege de hoge golven zou ie eerst niet gaan en toen er genoeg mensen waren ging ie ineens toch weer wel. Dat geeft echt vertrouwen. Het wel of niet gaan van de boot zou een terugkerend onderwerp worden deze trip. Al met al kan het centraal gelegen Ba’a (ook vlakbij vliegveldje) met wat kleine investeringen en promotie eenvoudig uitgroeien tot een logische stop voor toeristen die dan nog een paar extra dagen op het eiland verblijven. Ik vraag me af of er iemand op het eiland is die deze potentie ook ziet.

Laut MatiDe volgende dag willen we naar het oosten van Rote. Iedereen is van de leg: een toerist die naar het oosten van Rote wil, dat maken ze niet vaak mee. Zo zie je wat de invloed van de Lonely Planet is: het enige wat in de gids wordt genoemd is het surfstrand en zowel de toeristen als de lokale bevolking vergeten wat er nog meer te zien is. Maar wij gaan lekker naar Laut Mati (dode zee), een zout meer dat ooit gewoon met de zee verbonden was. Het meer is turqoise dat door de harde wind en de overjagende wolken steeds van kleur verandert. De hoge golven maken het lastig om in te zwemmen, maar het is net zo goed verfrissend. We zien aalscholvers, steltkluten, zilverreigers en zowaar een pelikaan die zich prima thuisvoelen in deze combinatie van mangrove, zout water en af en toe een rijstveld.

NemberalaVervolgens is het ook voor ons tijd voor het strand: Nemberala. Dit is de plek waar surf dudes uit de hele wereld naar toe komen, beroemd om de hoge golven. Afgezien daarvan is het niets minder dan een strandparadijs: palmbomen, witte stranden, blauwe zee en – misschien nog wel het belangrijkst – weinig andere toeristen. Ook de bekende winkeltjes met toeristische meuk hebben deze plek gelukkig nog niet bereikt. En ons hotel heeft een zwembad, de kids zijn er niet weg te slaan.

Pulau DooEen lokale visser brengt ons naar Pulau Doo, een eilandje op een uurtje varen. Zijn bootje ploegt zich door metershoge golven, best spannend, tot we in de luwte van het eiland komen. De bedoeling was om daar te gaan snorkelen, maar na een paar pogingen geven we het op. Er zijn ook daar nog te veel golven en de stroming is te sterk. Wel wederom erg leuk om met Timothy ruim voor de kust te gaan zwemmen. Hij vindt het enorm spannend. Om aan land te gaan moeten we het laatste stukje zwemmen. Opa en oma durven het niet aan. Op het eiland is geen drinkwater te vinden, dus het is onbewoond op een paar vissers na die er kamperen. Ze laten ons hun hutjes zien, met allemaal verschillende soorten gedroogde en gerookte vis. Ook ligt er een schildpaddenschild. Het is streng verboden om op schildpadden te jagen, maar dat verbod heeft deze afgelegen plek blijkbaar nog niet bereikt.

Pulau Doo 2Het hotel heeft een paar mountainbikes. Opa, Judith en ik trekken er op uit. Tenminste… dat dachten we. Opa dacht dat ie tegelijkertijd kon fietsen en uitvogelen hoe de versnellingen werken. Voor we het weten ligt hij in de berm, nog geen 300 meter van het hotel. Met zijn hoofd tegen een muurtje aangeklapt ziet het er allerminst florissant uit. Een bezoekje aan de plaatselijke puskesmas (soort huisartsenpost) waar toevallig vandaag de dokter aanwezig was en 8 hechtingen verder besluiten we om het vandaag maar verder rustig aan te doen.

Nemberala 3Aan het eind van de middag maak ik toch nog de tocht die ik in gedachten had. Het voert langs kleine vissersdorpjes gelegen aan het ene idyllische strand na het andere. Waarom zou je überhaupt naar Bali gaan, als dit ook kan? Wat ook hier op valt, is het gebrekkige toeristische inzicht. De resorts richten zich alleen maar op surfen, duiken en snorkelen. Geen wandel- of fietsroutes, laat staan kaarten. Geen activiteiten gericht op genieten van de natuur. Erg eenzijdig.

Rote hoedDe bewoners van Rote zijn trots op hun eiland en ze proberen er iets van te maken. Dat zie je aan allerlei activiteiten (met name landbouw) die er serieuzer uit zien dan in West-Timor. Het is moeilijk te duiden wat het is, maar waar West-Timor de indruk wekt dat iedereen maar wat doet, daar zie je hier keurige akkertjes die duidelijk volgens een plan zijn bedacht. De mensen hebben een drive die ik op West-Timor niet veel zie. De trots komt tot uiting door de traditionele hoed. Een dergelijk symbool heeft West-Timor ook niet.

Gaat ie of gaat ie niet, that’s the question. Ik heb het over de boot. Iedere ochtend is het voor de hotelgasten die die dag willen vertrekken de vraag of de boot wel gaat. Voor sommigen heeft een behoorlijke impact als blijkt dat de boot niet gaat. Hun hele vliegschema gaat door de war. Ook voor ons wordt het een beetje nijpend, hoewel we 2 dagen speling hadden ingebouwd voor onze vlucht van Kupang naar Sumba. Uiteindelijk blijkt de langzame boot te gaan. Twee taxi’s racen ons naar de haven, die even voorbij Ba’a ligt. Een paard op de weg en de taxichauffeur zagen elkaar iets te laat en hadden blijkbaar allebei geleerd hoe om te gaan met dat soort situaties: het paard ging dwars op de weg liggen en werd door de taxi zo van de weg afgeveegd. Zonder problemen stond het paard weer op en rende de wei in: taxi en paard zonder schade het incident overleefd. Misschien een alledaagse situatie op Rote, voor ons toch behoorlijk enerverend.

Boot RoteIn de hectiek van de haven veroveren we onze plek op de boot. Ik blijk ligplaatsen te hebben gekocht in een wat rustiger cabine met uitzicht op zee, een goede keus bleek achteraf. De golven zijn mogelijk nog hoger dan op de heenweg. Alle locals lijken in een continu gebed verzonken. Na een uur of twee is iedereen in de andere, propvolle cabines zonder goed uitzicht zeeziek en wordt alles ondergekotst. Smeriger heb ik het zelden meegemaakt. Ik zoek een mooi plekje bovenop het dek en geniet van een school dolfijnen die ons komt begroeten en een stukje met de boot meezwemt. Na vier uur is Kupang in zicht. We zijn weer thuis.

*** Dit is een verslag van ons bezoek aan Rote in juni 2014. Vanaf nu zal deze blog worden gebruikt om iedereen twee keer per maand op de hoogte houden van ons alledaagse leven in Kupang en onze avonturen in de buurt ***

Judith afgestudeerd!

2013-08-27 12.52.59-2Op 27 augustus is Judith afgestudeerd in de theologie! Na 9 jaar was het dan eindelijk zo ver. Na een laatste examen in het Academiegebouw te Leiden volgde de officiële ceremonie. Heerlijk om iets definitief van het to-do lijstje af te kunnen strepen!

Het was een stralende dag en we hebben dan ook de rest van de dag lekker buiten doorgebracht. Helemaal top!

Judith is meteen doorgegaan met haar volgende actiepuntje en direct begonnen om een toga en stola uit te zoeken.

2013-08-27 12.59.06-2Dit is de eerste blog sinds lange tijd en de blog is ook in een nieuw jasje gestoken. Dit heeft alles te maken met ons aanstaande vertrek naar Indonesië.

Esther 2 jaar!

Eerst even poseren:

En dan: PARTY TIME!

Wow! Dat was leuk!

En toen ook nog taart en zingen!