Bijna 1 Jaar Weg – Kwalitijd!

We zijn alweer bijna 1 jaar weg uit Nederland, de hoogste tijd voor een evaluatie. Een jaar geleden waren we ons huis aan het leegruimen en werden de avonden overheerst door een lange reeks afscheidsetentjes, feestjes en andere gezelligheid. De eindeloze to-do lijstjes zorgden voor stressniveaus’s die misschien niet helemaal gezond waren. Tussendoor las ik ook nog even het boek “Third Culture Kids” over wat we onze kinderen aandeden en las daar doodleuk dat we zo vlak voor vertrek waarschijnlijk in de “paniek-fase” zaten. Oh, was dat het!

Bijna een jaar verder schrijf ik deze blog, lekker hangend in de hangmat in onze tuin. Het jaar is voorbij gevlogen. Een jaar met – afgezien van onze verhuizing zelf – best veel grote veranderingen zeker voor mijzelf. Judith is nu de kostwinner. Dat geeft mij de mogelijkheid biedt om de concepten van de 4-hour work week in de praktijk te brengen en de resterende tijd te experimenteren met van alles en nog wat. Zo geef ik nu een aantal uur per week college aan de economie faculteit van de universiteit waar Judith werkt. Ook schrijf ik veel, danwel voor mijn blogs danwel aan iets wat misschien wel een boek wordt. Ik loop veel hard, wat lang niet altijd meevalt in de hitte hier. Ik doe zeer regelmatig mijn vinyasa yoga en meditatie practice. Inbox Zero is al maanden een feit. Allemaal nieuwe activiteiten en gewoonten waar ik in Nederland niet aan toe kwam om mee te gaan starten. Voor mij is het wel een indicatie dat je best een drastische verandering moet doorvoeren of doormaken om uit je tredmolen te kunnen stappen. Nog lang niet alles gaat helemaal zoals ik het zou willen, maar ik geniet van iedere dag. Ik kan het iedereen aanraden!

Als gezin leven we stukken gezonder dan in Nederland, met name door het versere eten het vele fruit en het gebrek aan verleidingen waaraan we worden blootgesteld. We eten veel minder vlees en alcohol van enige kwaliteit is moeilijk te krijgen. Bovendien is er overal vers sap te koop!

Misschien wel het grootste cadeau van het afgelopen jaar is alle tijd die we als gezin met elkaar doorbrengen. We zijn vaak allemaal thuis en besteden veel aandacht aan of iedereen lekker in zijn vel zit, maar ook aan home schooling. De kids kunnen eindeloos spelen in de tuin of in de buurt. Daarnaast zitten we toevallig (of misschien niet helemaal toevallig) vlakbij allemaal plekken die zonder meer als paradijselijk kunnen worden aangemerkt. Van al die avonturen hebben we voorlopig nog niet genoeg. Hoogtepunt voor mij was wel het snorkelen vlak voor de kust bij Dili (Timor Leste / Oost-Timor) hand in hand met de kids en dan een onderwaterwereld zien waar Nemo jaloers op zou zijn.

Wat ook belangrijk is, is dat de malaria’s en dengue’s van deze wereld ons tot nu toe voorbij zijn gegaan. Snel even afkloppen! Ik denk dat als één of meer van ons daardoor waren getroffen, we nu misschien wel een stuk minder positief zouden zijn.

Natuurlijk is niet alles positief. Allerlei vormen van bureaucratie hebben veel tijd en energie gekost. Het verwerken van een adreswijziging naar een adres in het buitenland is voor menige organisatie in Nederland te moeilijk om in één keer goed te doen. Ook zijn de fouten in de financiële afhandeling van opzeggingen tot nu toe altijd in mijn nadeel geweest. Toch opvallend dat deze nooit in mijn voordeel zijn geweest. In Indonesië hebben we onwaarschijnlijk veel tijd besteed aan het verkrijgen van een werkvisum. Van tijd tot tijd redelijk frusterend.

De laatste weken eist de hitte zijn tol. Het is dik in de dertig graden en het koelt ’s nachts niet al te veel af. Het wordt tijd dat het begint te regenen. Dat is niet alleen beter voor de plantjes maar ook voor ons humeur!

Ondanks deze minpunten denk ik nog niet aan terugkeer naar Nederland. Eerst nog maar eens een tijdje door op het ingeslagen pad en genieten van onze kwalitijd!

Komende week is het weer tijd voor een rondje grote boodschappen. Had ik al gezegd dat Bali voor ons de dichtstbijzijnde plek is om dat te doen? Wat een rotleven hebben we toch!

Even Eruit! Naar Mount Mutis (Fatumnasi)

IMG_20141025_181017

Even wat anders. Even weg uit de hitte van Kupang, even weg van de kinderen, even tijd voor elkaar. Zaterdagochtend vroeg zitten we in de auto richting Fatumnasi, een plaatsje in een bergachtig gebied op 3,5-4 uur rijden van Kupang. De weg van Kapan naar Fatumnasi is nog steeds een aaneenschakeling van hobbels, kuilen, (te) grote stenen, landslides en steile hellingen. Onze auto kan dit maar net.

IMG_20141025_135539

Aangekomen bij de homestay van Pak Mateos Anin kiezen we zo’n mooie traditionele hut om te overnachten. We kunnen meteen aan tafel, want er was al gekookt voor een grote groep fotografen die zomaar aan waren komen waaien zonder te reserveren. Ik denk niet dat zij zich realiseren dat ze zojuist het voedsel van het halve dorp hebben verorberd.

IMG_20141025_180634         IMG_20141025_181253

‘s Middags lopen we al een eindje de berg op. We zien de ene klimboom na de andere. Met kids waren we niet ver gekomen hier. Bijzonder zijn de grote bonsai bomen, de wilde paarden, de orchideeën die in de bomen hangen en nog een aantal planten met kunstzinnige bladeren. Merlin, die wel mee mocht, rent lekker achter stokken aan. Het scheelt ook voor hem dat het hier een stuk koeler is. ‘s Avonds is het behoorlijk koud, maar daar waren we juist erg aan toe!

IMG_20141025_180807         IMG_20141025_181433

Was de reis naar Fatumnasi al een uitdaging voor onze auto, de kilometer of tien naar het startpunt voor de beklimming van Mount Mutis is de cursus voor gevorderden. Eigenlijk kan onze auto dit niet, maar we halen het toch. Op de terugweg vind ik nog wel een stuk achterbumper dat we blijkbaar op de heenweg waren verloren in al het geweld.

IMG_20141026_181101

De groep fotografen heeft gekampeerd in het bos, dat moeten we met de kids ook maar een keer doen. De klim naar de top voert langs bergweides met zowaar een graf van een Nederlander die daar lang geleden heeft gewoond(!) en door bossen met reusachtige Eucalyptus bomen. En natuurlijk de berglucht en het uitzicht. Zelfs de enclave van Timor-Leste (Oost-Timor) in West-Timor is te zien.

IMG_20141026_180434        IMG_20141026_180743

IMG_20141026_180959        IMG_20141026_180216

En we halen de top!

IMG_20141026_180844

Hier komen we zeker nog een keer terug, dan met kids. Misschien…

Aanpassingsvermogen Opkrikken? Kom Naar Kupang!

De loop van het leven laat zich slecht voorspellen. Niet alleen in Kupang maar overal. De file die er anders nooit staat en je dag in de war gooit, een waardevolle collega die weggaat, iemand die overlijdt of die vriend(in) die je nooit ontmoette. Continu passen we ons aan aan dingen die wel of juist niet gebeuren. Meestal levert het ook wat stress op. De meeste mensen hebben het liefst alles iedere dag hetzelfde. Vaak werk ik in organisaties die zo vastgeroest zitten in (negatief) gedrag dat iedere poging tot verbetering wordt ondermijnd. Men blijft liever  paard en wagen gebruiken dan dat men in die zelfrijdende auto stapt. Als men niet van te voren al precies weet hoe alles zal gaan, dan gaan de hakken in het zand. Er zijn honderden boeken geschreven over hoe je veranderprocessen moet begeleiden, maar die gaan er vaak vanuit dat je precies weet waar je naartoe gaat (de beroemde blueprint). Maar dat laatste is zelden tot op detailniveau mogelijk en dus gaan de hakken in het zand. Jarenlang heb ik me suf gepiekerd hoe je mensen kan laten accepteren dat ze misschien best veel niet van te voren weten, maar dat ze er op moeten vertrouwen dat het toch goedkomt. En nu heb ik het antwoord: Kom naar Kupang! Niet voor altijd, maar gewoon voor eventjes, een paar maanden ofzo.

Een greep uit de gebeurtenissen van afgelopen week… Afgelopen vrijdag heb ik zowaar mijn eerste college gegeven aan de universiteit. Het semester was eigenlijk al een tijdje bezig, maar men was nog druk bezig met het afronden van de tentamens. Daardoor had men ook geen tijd om de inhoud van het vak met mij te bespreken en werd de ruime maand die ik had ter voorbereiding gereduceerd tot 3 dagen. “By failing to prepare, you are preparing to fail” zei Benjamin Franklin ooit eens. Deze zin schiet de afgelopen dagen vaak door mijn hoofd. De dagen voordat het 1e college zou zijn werd het rooster meerdere malen gewijzigd. Zo werd mij dinsdag verteld dat ik vorige week maandag had moeten beginnen. Maar uiteindelijk werd mij verzekerd dat het dan toch echt vrijdag zou beginnen. Om 15u stond ik klaar om te beginnen en er waren zelfs ook studenten. Echter geen spoor te bekennen van degene die samen met mij het college geeft en moet helpen met vertaling waar nodig. Ik bel haar maar eens. Bleek dat ze niet kon komen en blijkbaar vond ze het niet nodig om dat aan mij te vertellen. Er waren echter wel studenten en ik heb gewoon mijn deel van het college gegeven. In het Indonesisch. Trots op mezelf! In gesprek met de studenten blijkt ook nog eens dat beide tijden waarop mijn (verplichte) college valt er ook een ander verplicht college is en ze dus moeten kiezen bij welk vak ze steken gaan laten vallen. De eerdere roosterwijzigingen waren er blijkbaar niet ten behoeve van de studenten.

Het mooie is, niemand maakt zich hier druk om en ik bemerk dat wij dat ook niet meer doen. Zo af en toe worden er grenzen overschreden – zoals bijv. het niet melden dat je niet kan komen – maar over het algemeen buigen we mee in plaats van dat we breken. De inefficiëntie die het gevolg is van al die last-minute wijzigingen en verrassingen valt natuurlijk niet goed te praten, maar we hebben hierdoor het afgelopen jaar wel een aanpassingsvermogen ontwikkeld waar veel meer mensen ook baat bij zouden hebben. Vooral de mensen die alles van te voren bedacht willen hebben en volledig van slag zijn als het net ietsjes anders loopt. We hebben een prachtige logeerkamer en iedereen die denkt er baat bij te hebben is van harte uitgenodigd!

Everyday Life in Kupang #1 – Even buurten bij de Meelisjes

hangmatDiep wegzonken in Gandhi’s autobiografie geniet ik van het moment. Ghandi’s boodschap van geweldloosheid lijkt overgeslagen naar de buurvrouw die opeens is opgehouden met het eindeloze gesnauw tegen haar iets te talrijke kinderen. Voor de verandering zingt ze een lang melodieus lied. Hoewel het warme seizoen voelbaar dichterbij komt, brengt de wind vanmiddag gelukkig wat verkoeling en laat mijn hangmat zachtjes heen en weer schommelen. Onze buurt ontwaakt langzaam uit haar siësta.

huisWe wonen in een buitenwijk van Kupang, vlakbij het vliegveld, op ruim honderd meter boven zeeniveau en daardoor net iets koeler dan in het centrum van de stad. Dicht genoeg bij de universiteit, de school en het centrum van de stad, maar ook ver genoeg van alle drukte en lawaai wat ook Kupang heeft bereikt, net zoals veel andere steden in Indonesië. De rust wordt alleen af en toe kort verstoord door een landend of opstijgend vliegtuig. De straat waar aan wij wonen is geen doorgaande weg en ook onverhard, waardoor al het verkeer langzaam gaat. Ideaal voor de vele buitenspelende kinderen.

wijkNog niet de hele wijk is volgebouwd, maar daar wordt hard aan gewerkt. Geheel zonder planning, waardoor de wijk bijna net zo onlogisch is als Almere. Er zijn ook geen straatnamen of huisnummers. Iedereen zoekt zich dus een ongeluk. Niet alle huizen zijn aangesloten op het waternet, waardoor de waterauto’s met Air Bersih (vergelijkbaar met de Clean Water’s uit Nairobi) af en aan rijden. Er is veel groen. Ieder huis is omringd met fruitbomen, vooral papaya, banaan, mango en jackfruit. De vrijheid en ruimte die we hier hebben (en waar de kinderen in kunnen spelen) zou in Nederland moeilijk te realiseren zijn.

buurmeisjesHet eerste speelvriendinnetje meldt zich bij het hek op zoek naar kameraadjes om mee op avontuur te gaan. De groep vriendinnen verzint met elkaar het ene verhaal na het andere. Er worden huizen gebouwd, in bomen geklommen, geschommeld, verstoppertje gespeeld en ga zo maar door. Er valt zoveel leuks te beleven voor de kids dat we nog geen internet- of tablet quotum in hebben hoeven stellen. Niet alles gaat van een leien dakje: toen er een paar keer geld van de kinderen en van onze tuinman was verdwenen hebben we ingesteld dat de buurtkinderen niet meer in huis mochten. Dat werd onze kinderen zeer kwalijk genomen en ze werden een tijdje geboycot. De buurtkinderen waren namelijk bang dat wij het aan hun ouders zouden vertellen en dat zij dan zouden worden geslagen. Huiselijk geweld komt zeer veel voor in Indonesië, dus de gedachtengang van de kinderen was helaas zeker niet onlogisch. En dan wonen wij nog in een sjieke buurt waar veel behoorlijk goed geschoolde mensen wonen, maar wat er binnenskamers gebeurt is blijkbaar een stuk minder sjiek en zeker niet geweldloos.

klimmengroenteman

Toet, toet, tooooeet! De groentebrommer komt eraan. Inspelend op het gebruik om totaal niet vooruit te denken of te plannen maakt een klein legertje verkopers op brommers volgeladen met alle basisbehoeftes drie keer per dag een ronde door de buurt om in de benodigde versproducten te voorzien. Ze doen goede zaken. Voor ongeveer 20.000 roepia (± EUR 1,30) kopen we genoeg groente om een hele dag met zijn allen van te eten. Een groot contrast met het prijsniveau van de enige plaatselijke supermarkt, die nog geniet van zijn monopolie positie. Voor de broodnodige pasta, melk, kruiden, hondenvoer, wc-papier en andere rare, uitheemse gewoontes betalen we meer dan de hoofdprijs. De toevoer van dergelijke producten is ook erg grillig. Alles moet worden aangevoerd per containerschip vanuit Surabaya en als het erg waait – wat nogal eens gebeurt – dan is er een tijdje geen bevoorrading. Veel producten kopen we dus als ze er zijn en niet alleen als we ze echt nodig hebben. Aan het einde van middag koelt het langzaam wat af.

wijk2Merlin, onze hond, meldt zich voor zijn dagelijkse rondje door de buurt. Het concept „hond uitlaten” is hier onbekend en men lacht zich dan ook een ongeluk om die gekke Hollanders die elke middag met hun hond gaan lopen. De mensen hier hebben veel honden, maar die ziet men als waakhond en voor consumptie, zeker niet als huisdier. Bule (spreek uit Boele), een van onze buurhonden op wiens thuissituatie en levensverwachting je geenszins jaloers hoeft te zijn, heeft het uitlaten ontdekt en loopt tegenwoordig gezellig mee. Voor ons is het rondje door de buurt een ontspannen afsluiting van de dag. We zien veel van de dagelijkse routine van de locals. Rond deze tijd zitten de meeste mensen relaxed voor hun huis met elkaar te keuvelen. Wel rinkelen er onophoudelijk telefoons en worden er berichtjes gestuurd. Werk en privé zijn hier veel minder gescheiden dan in Nederland. De mensen zijn dan rond deze tijd wel al thuis, maar er is altijd wel weer iets wat nog geregeld moet worden. Danwel voor het werk, danwel om gewoon je leven te regelen. Dat laatste kost hier verschrikkelijk veel tijd, en dat gaat ook in de avond door. Al met al maakt men hier dus lange dagen, maar brengt ook veel tijd door met zijn familie. Helemaal zo gek nog niet in vergelijking met Nederland. Vandaag willen de kinderen Merlin uitlaten, samen met hun vriendinnen. Ik dompel mezelf nog even lekker onder in mijn boek.

Rote – Paradijs off the beaten track

Sunset NemberalaHet is tegen achten als Judith ons (opa, oma, Rivka, Esther, Timothy & Haiko) in de haven van Kupang afzet bij de snelle boot naar Rote. Zelf zal ze een dagje later komen door verplichtingen op de universiteit. Vriendelijk lachende verkopers wijzen ons een keer of drie naar het verkeerde loket om kaartjes te kopen. Uiteindelijk kunnen we – met kaartjes – doorlopen naar de boot, waar het een drukte van belang is om alle dozen, kippen en koffers ingeladen te krijgen en alle passagiers te voorzien van pakjes drinken en doosjes met nasi en groente. De 1e klas stoelen die ik heb gekocht blijken zich te bevinden onderin de boot in een donkere ruimte die doet denken aan een bioscoopzaal van 25 jaar geleden. We kijken gelijk maar even hoe we hier snel weer uit kunnen komen en zijn blij verrast met de aanwezige zwemvesten. De boot lijkt niet volgens goed Koreaans gebruik veel te zwaar beladen te zijn, maar desondanks zijn de meeste passagiers zwaar verzonken in gebed voor een veilige overtocht. Uiteindelijk geeft de boot rond negen uur vol gas en vaart tussen Timor en Pulau Semau richting Rote. Halverwege de oversteek hebben de Indische Oceaan golven vrij spel en we beginnen te begrijpen waar alle gebeden op waren gericht. Rivka kruipt zeeziek lekker tegen oma aan en we zijn blij als we na anderhalf uur in de luwte van Rote het laatste stuk richting de haven van het plaatsje Ba’a varen.

Ba'aBa’a blijkt in het bezit van een heuse vuurtoren, welke meteen gezichtsbepalend is voor het hele dorp. Daarnaast is er een weg langs de zee met daarachter bebouwing, je zou het een boulevard kunnen noemen. Het doet meteen gemoedelijk aan. Het blijft verbazingwekkend dat het in Kupang niet gelukt is om zoiets simpels als een boulevard voor elkaar elkaar te krijgen. We checken in bij het Grace Hotel. De benedenverdieping is tegelijkertijd receptie, woonkamer voor de hele familie, winkel en was-/strijkruimte. Ik had het zelf niet zo bedacht, maar het kan. De kamers zijn zeer eenvoudig, maar schoon. We zijn de enige gasten en hebben de gemeenschappelijke ruimte voor ons zelf, inclusief het balkon met uitzicht op de vuurtoren, haven en de ondergaande zon. Op verkenningstocht in Ba’a later in de middag komen we terecht in een idyllisch aan zee gelegen kampong (wijkje) dat zich helemaal richt op de productie van ikat (geweven doeken). We worden continu omringd door de bewoners, tot vervelens toe. Het is duidelijk dat ze hier niet gewend zijn aan bezoek van toeristen. De meeste toeristen stoppen dan ook niet in Ba’a en reizen meteen door naar Nemberala, het surfparadijs.

Kids Ba'a’s Avonds lopen we direct tegen het gezelligste en beste restaurant van Ba’a aan. Het diner eindigt met dansende kinderen die de tent op zijn kop zetten. De volgende morgen wandelen we, in afwachting van de boot met Judith, een rondje in de buurt. Ba’a is niet veel meer dan wat lintbebouwing langs de kust plus wat straatjes daarachter en dus lopen we binnen de kortste keren door bossen en plantages in de heuvels. Bij gebrek aan toeristen heeft niemand gedacht aan het uitzetten van een toeristische wandelroute en wederom helpen Google Maps en OpenSourceMaps ons uit de brand. Vanuit de hoogte kunnen we in de gaten houden of de boot al in de buurt is en we lopen Judith in het dorp tegemoet. Die boot bleek, daar komen we nu achter, eerst niet en toen toch weer wel te gaan. Vanwege de hoge golven zou ie eerst niet gaan en toen er genoeg mensen waren ging ie ineens toch weer wel. Dat geeft echt vertrouwen. Het wel of niet gaan van de boot zou een terugkerend onderwerp worden deze trip. Al met al kan het centraal gelegen Ba’a (ook vlakbij vliegveldje) met wat kleine investeringen en promotie eenvoudig uitgroeien tot een logische stop voor toeristen die dan nog een paar extra dagen op het eiland verblijven. Ik vraag me af of er iemand op het eiland is die deze potentie ook ziet.

Laut MatiDe volgende dag willen we naar het oosten van Rote. Iedereen is van de leg: een toerist die naar het oosten van Rote wil, dat maken ze niet vaak mee. Zo zie je wat de invloed van de Lonely Planet is: het enige wat in de gids wordt genoemd is het surfstrand en zowel de toeristen als de lokale bevolking vergeten wat er nog meer te zien is. Maar wij gaan lekker naar Laut Mati (dode zee), een zout meer dat ooit gewoon met de zee verbonden was. Het meer is turqoise dat door de harde wind en de overjagende wolken steeds van kleur verandert. De hoge golven maken het lastig om in te zwemmen, maar het is net zo goed verfrissend. We zien aalscholvers, steltkluten, zilverreigers en zowaar een pelikaan die zich prima thuisvoelen in deze combinatie van mangrove, zout water en af en toe een rijstveld.

NemberalaVervolgens is het ook voor ons tijd voor het strand: Nemberala. Dit is de plek waar surf dudes uit de hele wereld naar toe komen, beroemd om de hoge golven. Afgezien daarvan is het niets minder dan een strandparadijs: palmbomen, witte stranden, blauwe zee en – misschien nog wel het belangrijkst – weinig andere toeristen. Ook de bekende winkeltjes met toeristische meuk hebben deze plek gelukkig nog niet bereikt. En ons hotel heeft een zwembad, de kids zijn er niet weg te slaan.

Pulau DooEen lokale visser brengt ons naar Pulau Doo, een eilandje op een uurtje varen. Zijn bootje ploegt zich door metershoge golven, best spannend, tot we in de luwte van het eiland komen. De bedoeling was om daar te gaan snorkelen, maar na een paar pogingen geven we het op. Er zijn ook daar nog te veel golven en de stroming is te sterk. Wel wederom erg leuk om met Timothy ruim voor de kust te gaan zwemmen. Hij vindt het enorm spannend. Om aan land te gaan moeten we het laatste stukje zwemmen. Opa en oma durven het niet aan. Op het eiland is geen drinkwater te vinden, dus het is onbewoond op een paar vissers na die er kamperen. Ze laten ons hun hutjes zien, met allemaal verschillende soorten gedroogde en gerookte vis. Ook ligt er een schildpaddenschild. Het is streng verboden om op schildpadden te jagen, maar dat verbod heeft deze afgelegen plek blijkbaar nog niet bereikt.

Pulau Doo 2Het hotel heeft een paar mountainbikes. Opa, Judith en ik trekken er op uit. Tenminste… dat dachten we. Opa dacht dat ie tegelijkertijd kon fietsen en uitvogelen hoe de versnellingen werken. Voor we het weten ligt hij in de berm, nog geen 300 meter van het hotel. Met zijn hoofd tegen een muurtje aangeklapt ziet het er allerminst florissant uit. Een bezoekje aan de plaatselijke puskesmas (soort huisartsenpost) waar toevallig vandaag de dokter aanwezig was en 8 hechtingen verder besluiten we om het vandaag maar verder rustig aan te doen.

Nemberala 3Aan het eind van de middag maak ik toch nog de tocht die ik in gedachten had. Het voert langs kleine vissersdorpjes gelegen aan het ene idyllische strand na het andere. Waarom zou je überhaupt naar Bali gaan, als dit ook kan? Wat ook hier op valt, is het gebrekkige toeristische inzicht. De resorts richten zich alleen maar op surfen, duiken en snorkelen. Geen wandel- of fietsroutes, laat staan kaarten. Geen activiteiten gericht op genieten van de natuur. Erg eenzijdig.

Rote hoedDe bewoners van Rote zijn trots op hun eiland en ze proberen er iets van te maken. Dat zie je aan allerlei activiteiten (met name landbouw) die er serieuzer uit zien dan in West-Timor. Het is moeilijk te duiden wat het is, maar waar West-Timor de indruk wekt dat iedereen maar wat doet, daar zie je hier keurige akkertjes die duidelijk volgens een plan zijn bedacht. De mensen hebben een drive die ik op West-Timor niet veel zie. De trots komt tot uiting door de traditionele hoed. Een dergelijk symbool heeft West-Timor ook niet.

Gaat ie of gaat ie niet, that’s the question. Ik heb het over de boot. Iedere ochtend is het voor de hotelgasten die die dag willen vertrekken de vraag of de boot wel gaat. Voor sommigen heeft een behoorlijke impact als blijkt dat de boot niet gaat. Hun hele vliegschema gaat door de war. Ook voor ons wordt het een beetje nijpend, hoewel we 2 dagen speling hadden ingebouwd voor onze vlucht van Kupang naar Sumba. Uiteindelijk blijkt de langzame boot te gaan. Twee taxi’s racen ons naar de haven, die even voorbij Ba’a ligt. Een paard op de weg en de taxichauffeur zagen elkaar iets te laat en hadden blijkbaar allebei geleerd hoe om te gaan met dat soort situaties: het paard ging dwars op de weg liggen en werd door de taxi zo van de weg afgeveegd. Zonder problemen stond het paard weer op en rende de wei in: taxi en paard zonder schade het incident overleefd. Misschien een alledaagse situatie op Rote, voor ons toch behoorlijk enerverend.

Boot RoteIn de hectiek van de haven veroveren we onze plek op de boot. Ik blijk ligplaatsen te hebben gekocht in een wat rustiger cabine met uitzicht op zee, een goede keus bleek achteraf. De golven zijn mogelijk nog hoger dan op de heenweg. Alle locals lijken in een continu gebed verzonken. Na een uur of twee is iedereen in de andere, propvolle cabines zonder goed uitzicht zeeziek en wordt alles ondergekotst. Smeriger heb ik het zelden meegemaakt. Ik zoek een mooi plekje bovenop het dek en geniet van een school dolfijnen die ons komt begroeten en een stukje met de boot meezwemt. Na vier uur is Kupang in zicht. We zijn weer thuis.

*** Dit is een verslag van ons bezoek aan Rote in juni 2014. Vanaf nu zal deze blog worden gebruikt om iedereen twee keer per maand op de hoogte houden van ons alledaagse leven in Kupang en onze avonturen in de buurt ***

Fotoverslag Munduk & Lovina | Bali

IMG_20131227_205432Bali sunset

Ondertussen zijn we alweer terug in Yogyakarta voor het vervolg op onze taallessen (nog 4 weken te gaan). Hier nog even wat foto’s van onze kerstvakantie op Bali (Munduk in de bergen & Lovina Beach).

RijstveldenTerrassen met rijstvelden

Waterval  Zo moeder, zo dochter  Waterval 2

De onvermijdelijke watervallen

Waterval 3

Roze libelle

Een roze libelle. Esther & Rivka helemaal enthousiast…

Grote boom    Tempel in het bos

Best grote bomen in het oerwoud en dan ineens is er zo’n heel mooi tempeltje.

Kratermeer

Doorkijkje naar het kratermeer

IMG_20131231_182317

Overpeinzingen op oudjaarsdag, al kijkend naar de hoge golven (en zoekend naar de dolfijnen)

Krab

Krab

Lovina sunset

Bali Lovina sunset

Fotoverslag Ubud | Bali

Rijstvelden

Wandelen in de rijstvelden rondom Ubud

Monkey Forest 2

Monkey Forest

Monkey Forest 3

Monkey Forest

Monkey Forest 1

Monkey Forest

Processie

Religieuze gebruiken zijn compleet verweven met everyday life

Offer

Ook goden houden van koffie (kopi) en hebben af en een neuswarmertje nodig

Waterpret 1

Zwemmen!

Waterpret 2

Nog meer zwemmen!

Waterpret 4

Ik trek 2x per dag een schoon shirt aan, maar deze meneer beweert gewoon dat hij koud heeft…

Rivka

Rivka met bloemetjes!

Ubud bridge

Ubud bridge

Bloemen in de tuin

Bloemetjes in de tuin

Bloemen in de tuin 2

Bloemetjes in de tuin

Kikker

Kolossale kikker die onze veranda vliegenvrij houdt (waarvoor dank!)

Zilverreiger

Zilverreiger op jacht naar van die mooie kikkers in de rijstvelden