Aanpassingsvermogen Opkrikken? Kom Naar Kupang!

De loop van het leven laat zich slecht voorspellen. Niet alleen in Kupang maar overal. De file die er anders nooit staat en je dag in de war gooit, een waardevolle collega die weggaat, iemand die overlijdt of die vriend(in) die je nooit ontmoette. Continu passen we ons aan aan dingen die wel of juist niet gebeuren. Meestal levert het ook wat stress op. De meeste mensen hebben het liefst alles iedere dag hetzelfde. Vaak werk ik in organisaties die zo vastgeroest zitten in (negatief) gedrag dat iedere poging tot verbetering wordt ondermijnd. Men blijft liever  paard en wagen gebruiken dan dat men in die zelfrijdende auto stapt. Als men niet van te voren al precies weet hoe alles zal gaan, dan gaan de hakken in het zand. Er zijn honderden boeken geschreven over hoe je veranderprocessen moet begeleiden, maar die gaan er vaak vanuit dat je precies weet waar je naartoe gaat (de beroemde blueprint). Maar dat laatste is zelden tot op detailniveau mogelijk en dus gaan de hakken in het zand. Jarenlang heb ik me suf gepiekerd hoe je mensen kan laten accepteren dat ze misschien best veel niet van te voren weten, maar dat ze er op moeten vertrouwen dat het toch goedkomt. En nu heb ik het antwoord: Kom naar Kupang! Niet voor altijd, maar gewoon voor eventjes, een paar maanden ofzo.

Een greep uit de gebeurtenissen van afgelopen week… Afgelopen vrijdag heb ik zowaar mijn eerste college gegeven aan de universiteit. Het semester was eigenlijk al een tijdje bezig, maar men was nog druk bezig met het afronden van de tentamens. Daardoor had men ook geen tijd om de inhoud van het vak met mij te bespreken en werd de ruime maand die ik had ter voorbereiding gereduceerd tot 3 dagen. “By failing to prepare, you are preparing to fail” zei Benjamin Franklin ooit eens. Deze zin schiet de afgelopen dagen vaak door mijn hoofd. De dagen voordat het 1e college zou zijn werd het rooster meerdere malen gewijzigd. Zo werd mij dinsdag verteld dat ik vorige week maandag had moeten beginnen. Maar uiteindelijk werd mij verzekerd dat het dan toch echt vrijdag zou beginnen. Om 15u stond ik klaar om te beginnen en er waren zelfs ook studenten. Echter geen spoor te bekennen van degene die samen met mij het college geeft en moet helpen met vertaling waar nodig. Ik bel haar maar eens. Bleek dat ze niet kon komen en blijkbaar vond ze het niet nodig om dat aan mij te vertellen. Er waren echter wel studenten en ik heb gewoon mijn deel van het college gegeven. In het Indonesisch. Trots op mezelf! In gesprek met de studenten blijkt ook nog eens dat beide tijden waarop mijn (verplichte) college valt er ook een ander verplicht college is en ze dus moeten kiezen bij welk vak ze steken gaan laten vallen. De eerdere roosterwijzigingen waren er blijkbaar niet ten behoeve van de studenten.

Het mooie is, niemand maakt zich hier druk om en ik bemerk dat wij dat ook niet meer doen. Zo af en toe worden er grenzen overschreden – zoals bijv. het niet melden dat je niet kan komen – maar over het algemeen buigen we mee in plaats van dat we breken. De inefficiëntie die het gevolg is van al die last-minute wijzigingen en verrassingen valt natuurlijk niet goed te praten, maar we hebben hierdoor het afgelopen jaar wel een aanpassingsvermogen ontwikkeld waar veel meer mensen ook baat bij zouden hebben. Vooral de mensen die alles van te voren bedacht willen hebben en volledig van slag zijn als het net ietsjes anders loopt. We hebben een prachtige logeerkamer en iedereen die denkt er baat bij te hebben is van harte uitgenodigd!

In De Reeks Eiland Hoppen: Sabu

Zoutwinning

Een weekendje zonder kids, dat leek ons een buitengewoon goed idee. Lodhy, onze hulp, heeft ondertussen voldoende zelfvertrouwen dat ze onze lieftallige spookjes een paar dagen in het gareel kan houden. En zo gaan Judith en ik voor in het eerst sinds we in Indonesië zijn samen op stap. Naar Sabu, een klein eilandje dat tussen West-Timor en Sumba ligt. Als je van Bali naar West-Timor vliegt dan zie je het vaak liggen. De directe aanleiding om naar Sabu te gaan is dat in de zomermaanden een aantal studenten van Judith een project op Sabu doen en zij moet ze opzoeken om de voortgang te bespreken en te kijken of het goed met ze gaat.

Vliegtuigje

We vliegen naar Sabu met Susi Air, een maatschappij die met kleine vliegtuigjes allerlei vliegveldjes in de buurt aandoet. Voor afgelegen plekken zoals Sabu die soms tijden onbereikbaar zijn per boot vanwege te hoge golven is het een hele belangrijke service. In Kupang hebben ze 2 toestellen (Cessna) die zeer goed onderhouden worden. Veel beter dan bijvoorbeeld TransNusa, een maatschappij die ook bestemmingen in de buurt bediend maar dan met grotere redelijk aftandse toestellen. De piloten van Susi Air komen voornamelijk uit Engeland, jonge gasten die het avontuur zoeken. Zo’n klein vliegtuig vliegt ook veel lager waardoor er heel veel te zien is. Zo kan ik me bijvoorbeeld eens goed oriënteren op Pulau Semau, een klein eilandje vlakbij Kupang, waar we ook nodig eens naartoe moeten.

Vanaf Seba Airport gaat het achterop de brommer (bagage op de rug) naar het dorpje Bodae, in het oosten van het eiland. Zo na een half uur hobbelen heb ik er wel genoeg van. Uiteindelijk zijn we na ruim een uur op de plaats van bestemming. We logeren bij de plaatselijke dominee. Het is een komen en gaan van Judith’s studenten die over het hele eiland verspreid hun project doen. Ik vind het verbazingwekkend hoe goed ingeburgerd ze zijn na slechts een paar weken, terwijl de meeste mensen op Sabu voornamelijk hun eigen taal spreken en maar zeer beperkt Bahasa Indonesia.

Hutjeaanzee

Wonen op Sabu is een hard gelag. Het is erg droog. Er zijn nauwelijks winkels en de meest vanzelfsprekende dingen zijn schaars, zoals bijvoorbeeld brandstof. De dominee waar we logeren heeft wel een auto, maar zonder brandstof ben je gauw uitgereden en dus zit er een mooie hoes rond de auto. Dit zien we veel vaker. Door de droogte is het bepaald niet vanzelfsprekend om hier groente te verbouwen. Uit noodzaak zijn de mensen hier grotendeels zelfvoorzienend, maar dat kost ze veel tijd en aandacht. Alle dagen hebben we min of meer hetzelfde gegeten (3x per dag).

Lontar1

Lontar2Er staan veel lontarpalmbomen, waarvan het sap wordt gewonnen (lekker!). Hiertoe klimmen iedere ochtend en avond mannen de boom in om de kunstig van lontarpalmblad gemaakte mandjes waarin het sap wordt opgevangen te legen. Terwijl ze dit doen zingen ze de boom toe, om hem goed gezind te houden. Dan loop je dus ergens en ineens hoor je wat traditioneel gezang. Bij mij duurt het dan even voordat ik doorheb dat dit vanuit bovenin die hele hoge palm komt. Lontarpalmbomen worden vaak vlakbij elkaar gepland, omdat de mannen die de mandjes legen dan van boom naar boom kunnen springen/zwaaien (zoals apen dit doen), want alle bomen 20m omhoog en weer omlaag klimmen is wel erg zwaar. Het is allemaal niet zonder gevaar. Er valt er regelmatig eentje naar beneden. Apen hebben tenslotte niet voor niets een staart…

SchelpTerwijl Judith lekker aan het werk is, trek ik er op uit om de omgeving te ontdekken. Het eiland lijkt veel op Sumba. Nog droger, maar vergelijkbaar pittoresk. Ik stuit op een rots aan het strand waar iemand ten behoeve van zoutwinning allemaal kolossale schelpen (opgedoken uit zee) heeft neergezet. Hij vult ze met zeewater en laat het water verdampen en kan op die manier het zout winnen. Weinig efficient, maar het lijkt alsof Gaudi hier aan het werk is geweest zoals het eruit ziet. Een onwerkelijke omgeving.

De studenten spelen ook graag voor toeristengids en zo bezoeken we tussen de bedrijven door nog allerlei bezienswaardigheden zoals een rumah adat. Dat is een huis wat wordt gebruikt voor alle traditionele rituelen (dus zoals die al in gebruik waren voordat het christendom hier zijn intrede deed).

RumahAdat

Als we op zondag weer vertrekken worden we uitgezwaaid door een grote groep studenten. Een weekend zonder luxe, maar zeker voor herhaling vatbaar.

Kupang Everyday Life #2 – Schiet Op, We Moeten Naar School!

school1

Lekker vroeg opstaan is het motto hier in Kupang en gezien de temperatuur helemaal niet zo’n gek idee. Om vijf over zeven staan we allemaal klaar om naar school te gaan. Tenminste dat dachten we. Dan blijkt dat Timothy toch nog een laatste hap brood moet, dat ie de schoenen die hij aanhad weer heeft uitgedaan en dat het toch nog is gelukt om de drinkfles die gisteravond nog in zijn tas zat toch weer zoek te maken. Het gebruikelijke gedoe in de ochtend, zoals bij zovelen. Gelukkig hebben wij Rivka, die om zes uur al klaar staat om te gaan en iedereen bij de les houdt om toch maar vooral niet op te laat te komen. We hebben geen idee waar die angst vandaan komt, maar het is wel een „dingetje”.

school5

School begint hier om half acht. De meeste dagen zijn de kids alledrie op andere tijden klaar en bovendien veranderen de tijden nogal vaak. Wat daar handig aan is, is ons tot nog toe ontgaan. Andere ouders horen we er niet over. Na één week continue heen en weer pendelen van huis naar school om weer de volgende op te halen, hebben we maar gauw een brommertaxi ingehuurd om de kinderen van school te halen. Oom Beny, zoals hij wordt genoemd, blijkt zeer betrouwbaar en het geeft rust. De school is op ongeveer een kwartier rijden met de auto, behalve als de verkeerspolitie een poging doet om het verkeer te regelen, dan duurt het twee keer zo lang.

school3De school heeft een aantal hogere doelen (bijv. „Developing the Future Leaders of Indonesia”), uitgangspunten en daarvan afgeleide leerdoelen die op het eerste gezicht misschien wat hoogdravend lijken. Ondertussen vind ik dat het zeer concreet maken van gewenst gedrag erg nodig is, omdat dit gedrag zo afwezig is (vooral bij de volwassenen). Ik denk er sterk over om een aantal van deze punten één op één te kopiëren voor mijn collegereeks die volgende week start. Ik twijfel nog of ik er dan bij moet zeggen dat ik deze rechtstreeks van Timothy’s kleuterschool heb overgenomen.

Er wordt lesgegeven in het Indonesisch en het Engels. Dit betekent dat onze kinderen dus drietalig opgroeien. Vooralsnog gaat dat goed. De kinderen kunnen beter Indonesisch dan wij, erg handig als ik een woord niet weet. Ook het Engels begint vorm te krijgen. We kunnen nog niet echt hoogte krijgen van het niveau, wat ze nu echt leren op school en hoe het zich verhoudt tot het Nederlandse onderwijs. We besteden dan ook thuis nog veel tijd aan het doornemen van de stof (ze hebben al huiswerk!) of extra stof zoals bijvoorbeeld rekenen op Khan Academy.

school4Regelmatig is er een communicatiestoornis met school. Zo bleek bijvoorbeeld laatst dat Esther al had moeten kunnen lezen en schrijven voordat ze aan dit schooljaar begon (klas 1, vergelijkbaar met groep 3). Wij wisten van niets en dachten dat ze dat nu zou gaan leren. In het vorige schooljaar is hier ook niets over gezegd. Esther was toen druk bezig om de taal te leren. Dit zijn we nu dus weer aan het repareren. Zo is er iedere keer weer iets. Het niet-communiceren omdat je iemand niet tegen het hoofd wilt stoten, teleurstellen of omdat wordt gedacht dat er een bezwaar zou kunnen zijn, is redelijk onverenigbaar met hoe we het in Nederland gewend zijn. Langzamerhand worden we beter in hoe daarmee om te gaan, maar het is wel een van de lastigste culturele verschillen.

school2

Vorige week hadden Rivka en Esther een soort proefwerkweek. De week ervoor hadden ze vrij om het voor te bereiden. Dat heeft ons toen behoorlijk wat tijd gekost, niet in de laatste plaats omdat het Indonesisch voor ons ook best pittig is. De cijfers die ze hebben gescoord doen vermoeden dat het behoorlijk goed is gegaan. We zijn benieuwd wat de juffen ervan zeggen in het volgende 10-minutengesprek.

Sumba – Parel van Oost-Indonesië

Lamboya

Staan we op Timor soms al versteld van hoe dichtbij de bewoonde wereld er nog heel primitieve dorpjes zijn, op Sumba is het contrast mogelijk nog groter. Op korte afstand van standaard Indonesische stadjes, of soms zoals in Waikabubak er middenin op heuveltjes, liggen kleine dorpjes nog geheel in de oude traditie. Gelegen tussen Timor en Bali lijkt Sumba meer te bieden te hebben qua natuur dan Timor of het is in ieder geval beter toegankelijk. GrafsteenDe mensen op Sumba zijn zeer trots op hun cultuur die zich uit in bijvoorbeeld de specifiek Sumbanese huizen, de kleding, de houten beelden en de pasola (paardenraces). Dit zie je op Timor ook, maar de trots lijkt minder groot. Plaatsen op Sumba luisteren naar namen als Tambolaka, Waingapu of Waikabubak die mij in eerste instantie meer overkomen als namen van eilandjes in de Pacific. Wellicht lijkt het daardoor ook exotischer dan het in werkelijkheid is. We zijn ondertussen een aantal keer op Sumba geweest en aangezien het werk van Judith zich ook deels hier afspeelt verwacht ik dat we hier nog wel een stuk vaker gaan komen.

Desa

MantelzorgMet Ton & Evert zijn we naar West-Sumba geweest. Allereerst naar Waikabubak, een slaperig stadje met weinig highlights in het midden van het eiland, maar een prima uitvalsbasis voor excursies in de buurt en in het bezit van een van de beste art shops van het eiland voor de broodnodige souvenirs. Als ik ga hardlopen ren ik binnen de kortste keren over smalle paadjes door de natuur, iets wat in Kupang eigenlijk niet mogelijk is. We regelen onder andere een trip naar het nabije Nationaal Park en volgens de goede Indonesische traditie is het volstrekt onduidelijk wat de toegangsprijzen zijn. Tijdens de onderhandelingen met de park ranger worden officiële documenten gepresenteerd met werkelijk belachelijke prijzen (600 Euro per dag) voor toegang tot een gebied waar ook gewoon mensen wonen die echt niet betalen. Later zijn we ook door hetzelfde gebied gereden zonder iets te betalen. Orang TuaUiteindelijk komen we uit op iets meer dan een tiende van de prijs inclusief 4WD en gidsen. De gidsen bleken van onschatbare waarde, niet zo zeer als gids maar zeker wel als mantelzorgers voor Ton en Evert voor wie de tocht wel erg uitdagend was. De kids zijn daarentegen cum laude geslaagd voor hun klauterdiploma. De uiteindelijke bestemming was een waterval middenin de bush. De plek zou zonder meer dienst kunnen doen als set voor een volgende Lord of the Rings. Het woord idyllisch doet onvoldoende recht aan de omgeving.

IMG_20140701_151710  Ikat

Rumah Sumba

Uiteraard bezoeken we de traditionele dorpjes en zelfs een offerceremonie als onderdeel van een begrafenis. Het is fascinerend om te zien hoe de bewoners hun tradities in stand proberen te houden. Tegelijkertijd hebben ze natuurlijk wel allemaal een brommer en een mobieltje.

Strand Lamboya

De tweede plek waar we verblijven is aanzienlijk luxer, een piepklein resort in Lamboya, dichtbij de kust. We laten ons lekker vertroetelen. Ook dit is een prima uitvalsbasis voor wandelingen door de bergen en langs het strand. Vlakbij wordt jaarlijks een pasola gehouden, dat is een paardenrace. De plek heeft prachtig uitzicht over de omgeving en we vragen ons af hoe het zal zijn als hier de races worden gehouden. De eigenaar van het resort belooft ons plechtig dat hij zal bellen wanneer hij weet wanneer de volgende pasola wordt gehouden. We zijn benieuwd…

Pasola

De vertrektijd van de terugvlucht bleek te zijn veranderd, zonder dat Garuda Indonesia het nodig vond om dat aan ons te vertellen. Nog een geluk dat het naar een later tijdstip was. Verwonderd vraag ik me af al die andere mensen die ook voor niks 3 uur zitten te wachten dit ook niet onhandig vinden. Een mooie oefening voor mijn „letting-go”-practice. Adem in, adem uit. Vlak voor vertrek komt er een medewerker van Garuda naar me toe. Hij vertelt dat de vlucht ook nog overboekt is. Of ik Timothy’s ticket wil ruilen voor een baby-ticket en het overgrote deel van de ticketprijs wil terugkrijgen. Dan moet ik hem wel op schoot nemen. En oja, als de crew vraagt hoe oud Timothy eigenlijk is, dan moet ik twee zeggen en dat hij een beetje groot is voor zijn leeftijd. Langzamerhand zijn we Indonesisch genoeg om direct op het voorstel in te gaan, want de ticketprijzen waren ons al niet helemaal meegevallen. Timothy leefde zich bijna helemaal in in zijn babyrol. Gelukkig stelt er niemand een vraag als onze baby luidkeels tot tien telt in het Indonesisch.

IMG_20140722_221105 IMG_20140722_222146

Voor de bevestiging van Judith als predikant te Sumba moeten we een paar weken later naar Ramuk, in het midden van Sumba, waar een vergadering van de synode wordt gehouden. Houden we in het overgrote deel van de wereld vergaderingen met honderden deelnemers in de meest afschuwelijke conferentie oorden, zo niet te Sumba. Er is ook geen hotel van een dergelijke omvang op het eiland te vinden, maar de oplossing is geniaal. Men neemt een zeer afgelegen dorp, prachtig gelegen in een Nationaal Park, knapt het hele dorp op (alle huizen worden gebruikt als logeeradressen, wegen, water, elektriciteit, sanitair) en zie hier: je hebt een vergaderlocatie en na afloop hebben de bewoners alle faciliteiten. Er is geen bereik voor de mobiele telefoons, wat naar mijn idee een verademing is aangezien Indonesiers altijd de telefoon opnemen en dan luid beginnen te praten. Niet handig als je met zijn honderden bent. De reis er naar toe kan alleen per 4WD en voert door behoorlijk bergachtig gebied met prachtig uitzichten en zelfs door een aantal rivieren.

IMG_20140722_221647 IMG_20140722_221231

Everyday Life in Kupang #1 – Even buurten bij de Meelisjes

hangmatDiep wegzonken in Gandhi’s autobiografie geniet ik van het moment. Ghandi’s boodschap van geweldloosheid lijkt overgeslagen naar de buurvrouw die opeens is opgehouden met het eindeloze gesnauw tegen haar iets te talrijke kinderen. Voor de verandering zingt ze een lang melodieus lied. Hoewel het warme seizoen voelbaar dichterbij komt, brengt de wind vanmiddag gelukkig wat verkoeling en laat mijn hangmat zachtjes heen en weer schommelen. Onze buurt ontwaakt langzaam uit haar siësta.

huisWe wonen in een buitenwijk van Kupang, vlakbij het vliegveld, op ruim honderd meter boven zeeniveau en daardoor net iets koeler dan in het centrum van de stad. Dicht genoeg bij de universiteit, de school en het centrum van de stad, maar ook ver genoeg van alle drukte en lawaai wat ook Kupang heeft bereikt, net zoals veel andere steden in Indonesië. De rust wordt alleen af en toe kort verstoord door een landend of opstijgend vliegtuig. De straat waar aan wij wonen is geen doorgaande weg en ook onverhard, waardoor al het verkeer langzaam gaat. Ideaal voor de vele buitenspelende kinderen.

wijkNog niet de hele wijk is volgebouwd, maar daar wordt hard aan gewerkt. Geheel zonder planning, waardoor de wijk bijna net zo onlogisch is als Almere. Er zijn ook geen straatnamen of huisnummers. Iedereen zoekt zich dus een ongeluk. Niet alle huizen zijn aangesloten op het waternet, waardoor de waterauto’s met Air Bersih (vergelijkbaar met de Clean Water’s uit Nairobi) af en aan rijden. Er is veel groen. Ieder huis is omringd met fruitbomen, vooral papaya, banaan, mango en jackfruit. De vrijheid en ruimte die we hier hebben (en waar de kinderen in kunnen spelen) zou in Nederland moeilijk te realiseren zijn.

buurmeisjesHet eerste speelvriendinnetje meldt zich bij het hek op zoek naar kameraadjes om mee op avontuur te gaan. De groep vriendinnen verzint met elkaar het ene verhaal na het andere. Er worden huizen gebouwd, in bomen geklommen, geschommeld, verstoppertje gespeeld en ga zo maar door. Er valt zoveel leuks te beleven voor de kids dat we nog geen internet- of tablet quotum in hebben hoeven stellen. Niet alles gaat van een leien dakje: toen er een paar keer geld van de kinderen en van onze tuinman was verdwenen hebben we ingesteld dat de buurtkinderen niet meer in huis mochten. Dat werd onze kinderen zeer kwalijk genomen en ze werden een tijdje geboycot. De buurtkinderen waren namelijk bang dat wij het aan hun ouders zouden vertellen en dat zij dan zouden worden geslagen. Huiselijk geweld komt zeer veel voor in Indonesië, dus de gedachtengang van de kinderen was helaas zeker niet onlogisch. En dan wonen wij nog in een sjieke buurt waar veel behoorlijk goed geschoolde mensen wonen, maar wat er binnenskamers gebeurt is blijkbaar een stuk minder sjiek en zeker niet geweldloos.

klimmengroenteman

Toet, toet, tooooeet! De groentebrommer komt eraan. Inspelend op het gebruik om totaal niet vooruit te denken of te plannen maakt een klein legertje verkopers op brommers volgeladen met alle basisbehoeftes drie keer per dag een ronde door de buurt om in de benodigde versproducten te voorzien. Ze doen goede zaken. Voor ongeveer 20.000 roepia (± EUR 1,30) kopen we genoeg groente om een hele dag met zijn allen van te eten. Een groot contrast met het prijsniveau van de enige plaatselijke supermarkt, die nog geniet van zijn monopolie positie. Voor de broodnodige pasta, melk, kruiden, hondenvoer, wc-papier en andere rare, uitheemse gewoontes betalen we meer dan de hoofdprijs. De toevoer van dergelijke producten is ook erg grillig. Alles moet worden aangevoerd per containerschip vanuit Surabaya en als het erg waait – wat nogal eens gebeurt – dan is er een tijdje geen bevoorrading. Veel producten kopen we dus als ze er zijn en niet alleen als we ze echt nodig hebben. Aan het einde van middag koelt het langzaam wat af.

wijk2Merlin, onze hond, meldt zich voor zijn dagelijkse rondje door de buurt. Het concept „hond uitlaten” is hier onbekend en men lacht zich dan ook een ongeluk om die gekke Hollanders die elke middag met hun hond gaan lopen. De mensen hier hebben veel honden, maar die ziet men als waakhond en voor consumptie, zeker niet als huisdier. Bule (spreek uit Boele), een van onze buurhonden op wiens thuissituatie en levensverwachting je geenszins jaloers hoeft te zijn, heeft het uitlaten ontdekt en loopt tegenwoordig gezellig mee. Voor ons is het rondje door de buurt een ontspannen afsluiting van de dag. We zien veel van de dagelijkse routine van de locals. Rond deze tijd zitten de meeste mensen relaxed voor hun huis met elkaar te keuvelen. Wel rinkelen er onophoudelijk telefoons en worden er berichtjes gestuurd. Werk en privé zijn hier veel minder gescheiden dan in Nederland. De mensen zijn dan rond deze tijd wel al thuis, maar er is altijd wel weer iets wat nog geregeld moet worden. Danwel voor het werk, danwel om gewoon je leven te regelen. Dat laatste kost hier verschrikkelijk veel tijd, en dat gaat ook in de avond door. Al met al maakt men hier dus lange dagen, maar brengt ook veel tijd door met zijn familie. Helemaal zo gek nog niet in vergelijking met Nederland. Vandaag willen de kinderen Merlin uitlaten, samen met hun vriendinnen. Ik dompel mezelf nog even lekker onder in mijn boek.

Rote – Paradijs off the beaten track

Sunset NemberalaHet is tegen achten als Judith ons (opa, oma, Rivka, Esther, Timothy & Haiko) in de haven van Kupang afzet bij de snelle boot naar Rote. Zelf zal ze een dagje later komen door verplichtingen op de universiteit. Vriendelijk lachende verkopers wijzen ons een keer of drie naar het verkeerde loket om kaartjes te kopen. Uiteindelijk kunnen we – met kaartjes – doorlopen naar de boot, waar het een drukte van belang is om alle dozen, kippen en koffers ingeladen te krijgen en alle passagiers te voorzien van pakjes drinken en doosjes met nasi en groente. De 1e klas stoelen die ik heb gekocht blijken zich te bevinden onderin de boot in een donkere ruimte die doet denken aan een bioscoopzaal van 25 jaar geleden. We kijken gelijk maar even hoe we hier snel weer uit kunnen komen en zijn blij verrast met de aanwezige zwemvesten. De boot lijkt niet volgens goed Koreaans gebruik veel te zwaar beladen te zijn, maar desondanks zijn de meeste passagiers zwaar verzonken in gebed voor een veilige overtocht. Uiteindelijk geeft de boot rond negen uur vol gas en vaart tussen Timor en Pulau Semau richting Rote. Halverwege de oversteek hebben de Indische Oceaan golven vrij spel en we beginnen te begrijpen waar alle gebeden op waren gericht. Rivka kruipt zeeziek lekker tegen oma aan en we zijn blij als we na anderhalf uur in de luwte van Rote het laatste stuk richting de haven van het plaatsje Ba’a varen.

Ba'aBa’a blijkt in het bezit van een heuse vuurtoren, welke meteen gezichtsbepalend is voor het hele dorp. Daarnaast is er een weg langs de zee met daarachter bebouwing, je zou het een boulevard kunnen noemen. Het doet meteen gemoedelijk aan. Het blijft verbazingwekkend dat het in Kupang niet gelukt is om zoiets simpels als een boulevard voor elkaar elkaar te krijgen. We checken in bij het Grace Hotel. De benedenverdieping is tegelijkertijd receptie, woonkamer voor de hele familie, winkel en was-/strijkruimte. Ik had het zelf niet zo bedacht, maar het kan. De kamers zijn zeer eenvoudig, maar schoon. We zijn de enige gasten en hebben de gemeenschappelijke ruimte voor ons zelf, inclusief het balkon met uitzicht op de vuurtoren, haven en de ondergaande zon. Op verkenningstocht in Ba’a later in de middag komen we terecht in een idyllisch aan zee gelegen kampong (wijkje) dat zich helemaal richt op de productie van ikat (geweven doeken). We worden continu omringd door de bewoners, tot vervelens toe. Het is duidelijk dat ze hier niet gewend zijn aan bezoek van toeristen. De meeste toeristen stoppen dan ook niet in Ba’a en reizen meteen door naar Nemberala, het surfparadijs.

Kids Ba'a’s Avonds lopen we direct tegen het gezelligste en beste restaurant van Ba’a aan. Het diner eindigt met dansende kinderen die de tent op zijn kop zetten. De volgende morgen wandelen we, in afwachting van de boot met Judith, een rondje in de buurt. Ba’a is niet veel meer dan wat lintbebouwing langs de kust plus wat straatjes daarachter en dus lopen we binnen de kortste keren door bossen en plantages in de heuvels. Bij gebrek aan toeristen heeft niemand gedacht aan het uitzetten van een toeristische wandelroute en wederom helpen Google Maps en OpenSourceMaps ons uit de brand. Vanuit de hoogte kunnen we in de gaten houden of de boot al in de buurt is en we lopen Judith in het dorp tegemoet. Die boot bleek, daar komen we nu achter, eerst niet en toen toch weer wel te gaan. Vanwege de hoge golven zou ie eerst niet gaan en toen er genoeg mensen waren ging ie ineens toch weer wel. Dat geeft echt vertrouwen. Het wel of niet gaan van de boot zou een terugkerend onderwerp worden deze trip. Al met al kan het centraal gelegen Ba’a (ook vlakbij vliegveldje) met wat kleine investeringen en promotie eenvoudig uitgroeien tot een logische stop voor toeristen die dan nog een paar extra dagen op het eiland verblijven. Ik vraag me af of er iemand op het eiland is die deze potentie ook ziet.

Laut MatiDe volgende dag willen we naar het oosten van Rote. Iedereen is van de leg: een toerist die naar het oosten van Rote wil, dat maken ze niet vaak mee. Zo zie je wat de invloed van de Lonely Planet is: het enige wat in de gids wordt genoemd is het surfstrand en zowel de toeristen als de lokale bevolking vergeten wat er nog meer te zien is. Maar wij gaan lekker naar Laut Mati (dode zee), een zout meer dat ooit gewoon met de zee verbonden was. Het meer is turqoise dat door de harde wind en de overjagende wolken steeds van kleur verandert. De hoge golven maken het lastig om in te zwemmen, maar het is net zo goed verfrissend. We zien aalscholvers, steltkluten, zilverreigers en zowaar een pelikaan die zich prima thuisvoelen in deze combinatie van mangrove, zout water en af en toe een rijstveld.

NemberalaVervolgens is het ook voor ons tijd voor het strand: Nemberala. Dit is de plek waar surf dudes uit de hele wereld naar toe komen, beroemd om de hoge golven. Afgezien daarvan is het niets minder dan een strandparadijs: palmbomen, witte stranden, blauwe zee en – misschien nog wel het belangrijkst – weinig andere toeristen. Ook de bekende winkeltjes met toeristische meuk hebben deze plek gelukkig nog niet bereikt. En ons hotel heeft een zwembad, de kids zijn er niet weg te slaan.

Pulau DooEen lokale visser brengt ons naar Pulau Doo, een eilandje op een uurtje varen. Zijn bootje ploegt zich door metershoge golven, best spannend, tot we in de luwte van het eiland komen. De bedoeling was om daar te gaan snorkelen, maar na een paar pogingen geven we het op. Er zijn ook daar nog te veel golven en de stroming is te sterk. Wel wederom erg leuk om met Timothy ruim voor de kust te gaan zwemmen. Hij vindt het enorm spannend. Om aan land te gaan moeten we het laatste stukje zwemmen. Opa en oma durven het niet aan. Op het eiland is geen drinkwater te vinden, dus het is onbewoond op een paar vissers na die er kamperen. Ze laten ons hun hutjes zien, met allemaal verschillende soorten gedroogde en gerookte vis. Ook ligt er een schildpaddenschild. Het is streng verboden om op schildpadden te jagen, maar dat verbod heeft deze afgelegen plek blijkbaar nog niet bereikt.

Pulau Doo 2Het hotel heeft een paar mountainbikes. Opa, Judith en ik trekken er op uit. Tenminste… dat dachten we. Opa dacht dat ie tegelijkertijd kon fietsen en uitvogelen hoe de versnellingen werken. Voor we het weten ligt hij in de berm, nog geen 300 meter van het hotel. Met zijn hoofd tegen een muurtje aangeklapt ziet het er allerminst florissant uit. Een bezoekje aan de plaatselijke puskesmas (soort huisartsenpost) waar toevallig vandaag de dokter aanwezig was en 8 hechtingen verder besluiten we om het vandaag maar verder rustig aan te doen.

Nemberala 3Aan het eind van de middag maak ik toch nog de tocht die ik in gedachten had. Het voert langs kleine vissersdorpjes gelegen aan het ene idyllische strand na het andere. Waarom zou je überhaupt naar Bali gaan, als dit ook kan? Wat ook hier op valt, is het gebrekkige toeristische inzicht. De resorts richten zich alleen maar op surfen, duiken en snorkelen. Geen wandel- of fietsroutes, laat staan kaarten. Geen activiteiten gericht op genieten van de natuur. Erg eenzijdig.

Rote hoedDe bewoners van Rote zijn trots op hun eiland en ze proberen er iets van te maken. Dat zie je aan allerlei activiteiten (met name landbouw) die er serieuzer uit zien dan in West-Timor. Het is moeilijk te duiden wat het is, maar waar West-Timor de indruk wekt dat iedereen maar wat doet, daar zie je hier keurige akkertjes die duidelijk volgens een plan zijn bedacht. De mensen hebben een drive die ik op West-Timor niet veel zie. De trots komt tot uiting door de traditionele hoed. Een dergelijk symbool heeft West-Timor ook niet.

Gaat ie of gaat ie niet, that’s the question. Ik heb het over de boot. Iedere ochtend is het voor de hotelgasten die die dag willen vertrekken de vraag of de boot wel gaat. Voor sommigen heeft een behoorlijke impact als blijkt dat de boot niet gaat. Hun hele vliegschema gaat door de war. Ook voor ons wordt het een beetje nijpend, hoewel we 2 dagen speling hadden ingebouwd voor onze vlucht van Kupang naar Sumba. Uiteindelijk blijkt de langzame boot te gaan. Twee taxi’s racen ons naar de haven, die even voorbij Ba’a ligt. Een paard op de weg en de taxichauffeur zagen elkaar iets te laat en hadden blijkbaar allebei geleerd hoe om te gaan met dat soort situaties: het paard ging dwars op de weg liggen en werd door de taxi zo van de weg afgeveegd. Zonder problemen stond het paard weer op en rende de wei in: taxi en paard zonder schade het incident overleefd. Misschien een alledaagse situatie op Rote, voor ons toch behoorlijk enerverend.

Boot RoteIn de hectiek van de haven veroveren we onze plek op de boot. Ik blijk ligplaatsen te hebben gekocht in een wat rustiger cabine met uitzicht op zee, een goede keus bleek achteraf. De golven zijn mogelijk nog hoger dan op de heenweg. Alle locals lijken in een continu gebed verzonken. Na een uur of twee is iedereen in de andere, propvolle cabines zonder goed uitzicht zeeziek en wordt alles ondergekotst. Smeriger heb ik het zelden meegemaakt. Ik zoek een mooi plekje bovenop het dek en geniet van een school dolfijnen die ons komt begroeten en een stukje met de boot meezwemt. Na vier uur is Kupang in zicht. We zijn weer thuis.

*** Dit is een verslag van ons bezoek aan Rote in juni 2014. Vanaf nu zal deze blog worden gebruikt om iedereen twee keer per maand op de hoogte houden van ons alledaagse leven in Kupang en onze avonturen in de buurt ***

Fotoverslag Munduk & Lovina | Bali

IMG_20131227_205432Bali sunset

Ondertussen zijn we alweer terug in Yogyakarta voor het vervolg op onze taallessen (nog 4 weken te gaan). Hier nog even wat foto’s van onze kerstvakantie op Bali (Munduk in de bergen & Lovina Beach).

RijstveldenTerrassen met rijstvelden

Waterval  Zo moeder, zo dochter  Waterval 2

De onvermijdelijke watervallen

Waterval 3

Roze libelle

Een roze libelle. Esther & Rivka helemaal enthousiast…

Grote boom    Tempel in het bos

Best grote bomen in het oerwoud en dan ineens is er zo’n heel mooi tempeltje.

Kratermeer

Doorkijkje naar het kratermeer

IMG_20131231_182317

Overpeinzingen op oudjaarsdag, al kijkend naar de hoge golven (en zoekend naar de dolfijnen)

Krab

Krab

Lovina sunset

Bali Lovina sunset