Everyday Life in Kupang #1 – Even buurten bij de Meelisjes

hangmatDiep wegzonken in Gandhi’s autobiografie geniet ik van het moment. Ghandi’s boodschap van geweldloosheid lijkt overgeslagen naar de buurvrouw die opeens is opgehouden met het eindeloze gesnauw tegen haar iets te talrijke kinderen. Voor de verandering zingt ze een lang melodieus lied. Hoewel het warme seizoen voelbaar dichterbij komt, brengt de wind vanmiddag gelukkig wat verkoeling en laat mijn hangmat zachtjes heen en weer schommelen. Onze buurt ontwaakt langzaam uit haar siësta.

huisWe wonen in een buitenwijk van Kupang, vlakbij het vliegveld, op ruim honderd meter boven zeeniveau en daardoor net iets koeler dan in het centrum van de stad. Dicht genoeg bij de universiteit, de school en het centrum van de stad, maar ook ver genoeg van alle drukte en lawaai wat ook Kupang heeft bereikt, net zoals veel andere steden in Indonesië. De rust wordt alleen af en toe kort verstoord door een landend of opstijgend vliegtuig. De straat waar aan wij wonen is geen doorgaande weg en ook onverhard, waardoor al het verkeer langzaam gaat. Ideaal voor de vele buitenspelende kinderen.

wijkNog niet de hele wijk is volgebouwd, maar daar wordt hard aan gewerkt. Geheel zonder planning, waardoor de wijk bijna net zo onlogisch is als Almere. Er zijn ook geen straatnamen of huisnummers. Iedereen zoekt zich dus een ongeluk. Niet alle huizen zijn aangesloten op het waternet, waardoor de waterauto’s met Air Bersih (vergelijkbaar met de Clean Water’s uit Nairobi) af en aan rijden. Er is veel groen. Ieder huis is omringd met fruitbomen, vooral papaya, banaan, mango en jackfruit. De vrijheid en ruimte die we hier hebben (en waar de kinderen in kunnen spelen) zou in Nederland moeilijk te realiseren zijn.

buurmeisjesHet eerste speelvriendinnetje meldt zich bij het hek op zoek naar kameraadjes om mee op avontuur te gaan. De groep vriendinnen verzint met elkaar het ene verhaal na het andere. Er worden huizen gebouwd, in bomen geklommen, geschommeld, verstoppertje gespeeld en ga zo maar door. Er valt zoveel leuks te beleven voor de kids dat we nog geen internet- of tablet quotum in hebben hoeven stellen. Niet alles gaat van een leien dakje: toen er een paar keer geld van de kinderen en van onze tuinman was verdwenen hebben we ingesteld dat de buurtkinderen niet meer in huis mochten. Dat werd onze kinderen zeer kwalijk genomen en ze werden een tijdje geboycot. De buurtkinderen waren namelijk bang dat wij het aan hun ouders zouden vertellen en dat zij dan zouden worden geslagen. Huiselijk geweld komt zeer veel voor in Indonesië, dus de gedachtengang van de kinderen was helaas zeker niet onlogisch. En dan wonen wij nog in een sjieke buurt waar veel behoorlijk goed geschoolde mensen wonen, maar wat er binnenskamers gebeurt is blijkbaar een stuk minder sjiek en zeker niet geweldloos.

klimmengroenteman

Toet, toet, tooooeet! De groentebrommer komt eraan. Inspelend op het gebruik om totaal niet vooruit te denken of te plannen maakt een klein legertje verkopers op brommers volgeladen met alle basisbehoeftes drie keer per dag een ronde door de buurt om in de benodigde versproducten te voorzien. Ze doen goede zaken. Voor ongeveer 20.000 roepia (± EUR 1,30) kopen we genoeg groente om een hele dag met zijn allen van te eten. Een groot contrast met het prijsniveau van de enige plaatselijke supermarkt, die nog geniet van zijn monopolie positie. Voor de broodnodige pasta, melk, kruiden, hondenvoer, wc-papier en andere rare, uitheemse gewoontes betalen we meer dan de hoofdprijs. De toevoer van dergelijke producten is ook erg grillig. Alles moet worden aangevoerd per containerschip vanuit Surabaya en als het erg waait – wat nogal eens gebeurt – dan is er een tijdje geen bevoorrading. Veel producten kopen we dus als ze er zijn en niet alleen als we ze echt nodig hebben. Aan het einde van middag koelt het langzaam wat af.

wijk2Merlin, onze hond, meldt zich voor zijn dagelijkse rondje door de buurt. Het concept „hond uitlaten” is hier onbekend en men lacht zich dan ook een ongeluk om die gekke Hollanders die elke middag met hun hond gaan lopen. De mensen hier hebben veel honden, maar die ziet men als waakhond en voor consumptie, zeker niet als huisdier. Bule (spreek uit Boele), een van onze buurhonden op wiens thuissituatie en levensverwachting je geenszins jaloers hoeft te zijn, heeft het uitlaten ontdekt en loopt tegenwoordig gezellig mee. Voor ons is het rondje door de buurt een ontspannen afsluiting van de dag. We zien veel van de dagelijkse routine van de locals. Rond deze tijd zitten de meeste mensen relaxed voor hun huis met elkaar te keuvelen. Wel rinkelen er onophoudelijk telefoons en worden er berichtjes gestuurd. Werk en privé zijn hier veel minder gescheiden dan in Nederland. De mensen zijn dan rond deze tijd wel al thuis, maar er is altijd wel weer iets wat nog geregeld moet worden. Danwel voor het werk, danwel om gewoon je leven te regelen. Dat laatste kost hier verschrikkelijk veel tijd, en dat gaat ook in de avond door. Al met al maakt men hier dus lange dagen, maar brengt ook veel tijd door met zijn familie. Helemaal zo gek nog niet in vergelijking met Nederland. Vandaag willen de kinderen Merlin uitlaten, samen met hun vriendinnen. Ik dompel mezelf nog even lekker onder in mijn boek.

Rote – Paradijs off the beaten track

Sunset NemberalaHet is tegen achten als Judith ons (opa, oma, Rivka, Esther, Timothy & Haiko) in de haven van Kupang afzet bij de snelle boot naar Rote. Zelf zal ze een dagje later komen door verplichtingen op de universiteit. Vriendelijk lachende verkopers wijzen ons een keer of drie naar het verkeerde loket om kaartjes te kopen. Uiteindelijk kunnen we – met kaartjes – doorlopen naar de boot, waar het een drukte van belang is om alle dozen, kippen en koffers ingeladen te krijgen en alle passagiers te voorzien van pakjes drinken en doosjes met nasi en groente. De 1e klas stoelen die ik heb gekocht blijken zich te bevinden onderin de boot in een donkere ruimte die doet denken aan een bioscoopzaal van 25 jaar geleden. We kijken gelijk maar even hoe we hier snel weer uit kunnen komen en zijn blij verrast met de aanwezige zwemvesten. De boot lijkt niet volgens goed Koreaans gebruik veel te zwaar beladen te zijn, maar desondanks zijn de meeste passagiers zwaar verzonken in gebed voor een veilige overtocht. Uiteindelijk geeft de boot rond negen uur vol gas en vaart tussen Timor en Pulau Semau richting Rote. Halverwege de oversteek hebben de Indische Oceaan golven vrij spel en we beginnen te begrijpen waar alle gebeden op waren gericht. Rivka kruipt zeeziek lekker tegen oma aan en we zijn blij als we na anderhalf uur in de luwte van Rote het laatste stuk richting de haven van het plaatsje Ba’a varen.

Ba'aBa’a blijkt in het bezit van een heuse vuurtoren, welke meteen gezichtsbepalend is voor het hele dorp. Daarnaast is er een weg langs de zee met daarachter bebouwing, je zou het een boulevard kunnen noemen. Het doet meteen gemoedelijk aan. Het blijft verbazingwekkend dat het in Kupang niet gelukt is om zoiets simpels als een boulevard voor elkaar elkaar te krijgen. We checken in bij het Grace Hotel. De benedenverdieping is tegelijkertijd receptie, woonkamer voor de hele familie, winkel en was-/strijkruimte. Ik had het zelf niet zo bedacht, maar het kan. De kamers zijn zeer eenvoudig, maar schoon. We zijn de enige gasten en hebben de gemeenschappelijke ruimte voor ons zelf, inclusief het balkon met uitzicht op de vuurtoren, haven en de ondergaande zon. Op verkenningstocht in Ba’a later in de middag komen we terecht in een idyllisch aan zee gelegen kampong (wijkje) dat zich helemaal richt op de productie van ikat (geweven doeken). We worden continu omringd door de bewoners, tot vervelens toe. Het is duidelijk dat ze hier niet gewend zijn aan bezoek van toeristen. De meeste toeristen stoppen dan ook niet in Ba’a en reizen meteen door naar Nemberala, het surfparadijs.

Kids Ba'a’s Avonds lopen we direct tegen het gezelligste en beste restaurant van Ba’a aan. Het diner eindigt met dansende kinderen die de tent op zijn kop zetten. De volgende morgen wandelen we, in afwachting van de boot met Judith, een rondje in de buurt. Ba’a is niet veel meer dan wat lintbebouwing langs de kust plus wat straatjes daarachter en dus lopen we binnen de kortste keren door bossen en plantages in de heuvels. Bij gebrek aan toeristen heeft niemand gedacht aan het uitzetten van een toeristische wandelroute en wederom helpen Google Maps en OpenSourceMaps ons uit de brand. Vanuit de hoogte kunnen we in de gaten houden of de boot al in de buurt is en we lopen Judith in het dorp tegemoet. Die boot bleek, daar komen we nu achter, eerst niet en toen toch weer wel te gaan. Vanwege de hoge golven zou ie eerst niet gaan en toen er genoeg mensen waren ging ie ineens toch weer wel. Dat geeft echt vertrouwen. Het wel of niet gaan van de boot zou een terugkerend onderwerp worden deze trip. Al met al kan het centraal gelegen Ba’a (ook vlakbij vliegveldje) met wat kleine investeringen en promotie eenvoudig uitgroeien tot een logische stop voor toeristen die dan nog een paar extra dagen op het eiland verblijven. Ik vraag me af of er iemand op het eiland is die deze potentie ook ziet.

Laut MatiDe volgende dag willen we naar het oosten van Rote. Iedereen is van de leg: een toerist die naar het oosten van Rote wil, dat maken ze niet vaak mee. Zo zie je wat de invloed van de Lonely Planet is: het enige wat in de gids wordt genoemd is het surfstrand en zowel de toeristen als de lokale bevolking vergeten wat er nog meer te zien is. Maar wij gaan lekker naar Laut Mati (dode zee), een zout meer dat ooit gewoon met de zee verbonden was. Het meer is turqoise dat door de harde wind en de overjagende wolken steeds van kleur verandert. De hoge golven maken het lastig om in te zwemmen, maar het is net zo goed verfrissend. We zien aalscholvers, steltkluten, zilverreigers en zowaar een pelikaan die zich prima thuisvoelen in deze combinatie van mangrove, zout water en af en toe een rijstveld.

NemberalaVervolgens is het ook voor ons tijd voor het strand: Nemberala. Dit is de plek waar surf dudes uit de hele wereld naar toe komen, beroemd om de hoge golven. Afgezien daarvan is het niets minder dan een strandparadijs: palmbomen, witte stranden, blauwe zee en – misschien nog wel het belangrijkst – weinig andere toeristen. Ook de bekende winkeltjes met toeristische meuk hebben deze plek gelukkig nog niet bereikt. En ons hotel heeft een zwembad, de kids zijn er niet weg te slaan.

Pulau DooEen lokale visser brengt ons naar Pulau Doo, een eilandje op een uurtje varen. Zijn bootje ploegt zich door metershoge golven, best spannend, tot we in de luwte van het eiland komen. De bedoeling was om daar te gaan snorkelen, maar na een paar pogingen geven we het op. Er zijn ook daar nog te veel golven en de stroming is te sterk. Wel wederom erg leuk om met Timothy ruim voor de kust te gaan zwemmen. Hij vindt het enorm spannend. Om aan land te gaan moeten we het laatste stukje zwemmen. Opa en oma durven het niet aan. Op het eiland is geen drinkwater te vinden, dus het is onbewoond op een paar vissers na die er kamperen. Ze laten ons hun hutjes zien, met allemaal verschillende soorten gedroogde en gerookte vis. Ook ligt er een schildpaddenschild. Het is streng verboden om op schildpadden te jagen, maar dat verbod heeft deze afgelegen plek blijkbaar nog niet bereikt.

Pulau Doo 2Het hotel heeft een paar mountainbikes. Opa, Judith en ik trekken er op uit. Tenminste… dat dachten we. Opa dacht dat ie tegelijkertijd kon fietsen en uitvogelen hoe de versnellingen werken. Voor we het weten ligt hij in de berm, nog geen 300 meter van het hotel. Met zijn hoofd tegen een muurtje aangeklapt ziet het er allerminst florissant uit. Een bezoekje aan de plaatselijke puskesmas (soort huisartsenpost) waar toevallig vandaag de dokter aanwezig was en 8 hechtingen verder besluiten we om het vandaag maar verder rustig aan te doen.

Nemberala 3Aan het eind van de middag maak ik toch nog de tocht die ik in gedachten had. Het voert langs kleine vissersdorpjes gelegen aan het ene idyllische strand na het andere. Waarom zou je überhaupt naar Bali gaan, als dit ook kan? Wat ook hier op valt, is het gebrekkige toeristische inzicht. De resorts richten zich alleen maar op surfen, duiken en snorkelen. Geen wandel- of fietsroutes, laat staan kaarten. Geen activiteiten gericht op genieten van de natuur. Erg eenzijdig.

Rote hoedDe bewoners van Rote zijn trots op hun eiland en ze proberen er iets van te maken. Dat zie je aan allerlei activiteiten (met name landbouw) die er serieuzer uit zien dan in West-Timor. Het is moeilijk te duiden wat het is, maar waar West-Timor de indruk wekt dat iedereen maar wat doet, daar zie je hier keurige akkertjes die duidelijk volgens een plan zijn bedacht. De mensen hebben een drive die ik op West-Timor niet veel zie. De trots komt tot uiting door de traditionele hoed. Een dergelijk symbool heeft West-Timor ook niet.

Gaat ie of gaat ie niet, that’s the question. Ik heb het over de boot. Iedere ochtend is het voor de hotelgasten die die dag willen vertrekken de vraag of de boot wel gaat. Voor sommigen heeft een behoorlijke impact als blijkt dat de boot niet gaat. Hun hele vliegschema gaat door de war. Ook voor ons wordt het een beetje nijpend, hoewel we 2 dagen speling hadden ingebouwd voor onze vlucht van Kupang naar Sumba. Uiteindelijk blijkt de langzame boot te gaan. Twee taxi’s racen ons naar de haven, die even voorbij Ba’a ligt. Een paard op de weg en de taxichauffeur zagen elkaar iets te laat en hadden blijkbaar allebei geleerd hoe om te gaan met dat soort situaties: het paard ging dwars op de weg liggen en werd door de taxi zo van de weg afgeveegd. Zonder problemen stond het paard weer op en rende de wei in: taxi en paard zonder schade het incident overleefd. Misschien een alledaagse situatie op Rote, voor ons toch behoorlijk enerverend.

Boot RoteIn de hectiek van de haven veroveren we onze plek op de boot. Ik blijk ligplaatsen te hebben gekocht in een wat rustiger cabine met uitzicht op zee, een goede keus bleek achteraf. De golven zijn mogelijk nog hoger dan op de heenweg. Alle locals lijken in een continu gebed verzonken. Na een uur of twee is iedereen in de andere, propvolle cabines zonder goed uitzicht zeeziek en wordt alles ondergekotst. Smeriger heb ik het zelden meegemaakt. Ik zoek een mooi plekje bovenop het dek en geniet van een school dolfijnen die ons komt begroeten en een stukje met de boot meezwemt. Na vier uur is Kupang in zicht. We zijn weer thuis.

*** Dit is een verslag van ons bezoek aan Rote in juni 2014. Vanaf nu zal deze blog worden gebruikt om iedereen twee keer per maand op de hoogte houden van ons alledaagse leven in Kupang en onze avonturen in de buurt ***

Fotoverslag Munduk & Lovina | Bali

IMG_20131227_205432Bali sunset

Ondertussen zijn we alweer terug in Yogyakarta voor het vervolg op onze taallessen (nog 4 weken te gaan). Hier nog even wat foto’s van onze kerstvakantie op Bali (Munduk in de bergen & Lovina Beach).

RijstveldenTerrassen met rijstvelden

Waterval  Zo moeder, zo dochter  Waterval 2

De onvermijdelijke watervallen

Waterval 3

Roze libelle

Een roze libelle. Esther & Rivka helemaal enthousiast…

Grote boom    Tempel in het bos

Best grote bomen in het oerwoud en dan ineens is er zo’n heel mooi tempeltje.

Kratermeer

Doorkijkje naar het kratermeer

IMG_20131231_182317

Overpeinzingen op oudjaarsdag, al kijkend naar de hoge golven (en zoekend naar de dolfijnen)

Krab

Krab

Lovina sunset

Bali Lovina sunset

Schoolreisje Rivka & Esther

DSC02008

DSC02025

Rivka en Esther boffen maar. Gaan ze deze week twee keer op schoolreisje met hun juffen!

es

Elke ochtend hebben wij en zij in een eigen klaslokaal tussen 8 en 12 les. Haiko en ik zijn inmiddels door het eerste boek heen. En hebben ons examen allebei boven de 9 afgesloten! Rivka en Esther knutselen veel. Ze hebben vier verschillende juffen die allemaal hun eigen specialiteit hebben. Winkeltje spelen met nepgeld, een juf die origami kan, liedjes zingen etc. Een eigen batik maken staat nog op de planning. Deze week stonden twee schoolreisjes op het programma: het museum en een bezoek aan een sciencepark. Onderweg zijn ze spelenderwijs met de taal bezig. De juffen vinden dat ze het heeel goed doen! En dat merken wij ook. Rivka leest op straat de borden, begint woorden te herkennen. Esther kletst met iedereen en kopieert feilloos wat wij of de Indonesiers zeggen.

Omdat onze klaslokalen naast elkaar liggen, lopen Rivka en Esther de deur bij ons plat met hun creaties. Af en toe vliegen ze elkaar in de haren. Het zijn natuurlijk ook best intensieve lessen, en dan ook nog met je zus…

Timothy speelt ondertussen op zijn eigen peuterspeelzaal. Wat daar gebeurt weten we natuurlijk niet precies. In ieder geval eet hij er twee keer per ochtend Indonesisch en heeft hij op de derde verdieping mooi uitzicht op de vulkaan en Yogyakarta!

DSC02015

Ondertussen zijn we aangekomen op Bali (Ubud) voor de kerstvakantie. Daar zijn we aan toe!

Aangekomen te Kupang (West-Timor)!

Uitzicht

Timothy bij de bagage

Hier een eerste blog vanuit onze nieuwe woonplaats! Maandagavond laat zijn we vertrokken van Schiphol, natuurlijk met veel te veel bagage, maar dat ging bij het inchecken allemaal nog net goed. De vluchten gingen allemaal keurig netjes volgens schema.

Dinsdagavond kwamen we aan op Bali.Vervolgens hebben we een rustdag gehouden op Bali, voornamelijk op het strand gezeten. Daar waren we wel aan toe met zijn allen! Hoewel we in een toeristisch deel van Bali waren (wel in het laagseizoen gelukkig), vonden we het toch weer goed toeven daar!

Rivka op strand Bali     Esther op boot Bali

Donderdagochtend vlogen we het laatste stukje naar Kupang op West-Timor, een vluchtje van anderhalf uur. Onderweg hadden we mooi zicht op het eiland Sumba waar Judith ook zal werken. In Kupang werden we opgewacht door Judith’s nieuwe directe collega en haar studenten. Nu logeren we een paar dagen in het huis van iemand die Judith is voorgegaan op West-Timor.

Sumba      Esther in vliegtuig

Vandaag hebben we kennisgemaakt op de universiteit (Judith’s werk), een school bekeken voor de kinderen en ons nieuwe huis nu ook eens in het echt kunnen bekijken. Dat is best veel op één dag en de kinderen zijn nu dan ook geheel gevloerd en vroeg naar bed gegaan. Dat doen wij overigens ook de afgelopen dagen. De jetlag moet er natuurlijk ook nog uit…

Onze eerste indruk is dat de mensen heel erg vriendelijk en gastvrij zijn. De stad is heel wijds met veel groen. Het is misschien wel iets landelijker dan we hadden gedacht. In sommige aspecten lijkt het heel erg op Cambodia waar we eerder hebben gewoond, in andere weer op Kenia of Nigeria. Het is behoorlijk warm (zeer hoge vochtigheidsgraad), daar moeten we echt even aan wennen.

School     Kennismaking universiteit

Ook onze eerste echt tropische stortbui meegemaakt, inclusief overstroomde wegen en kindjes die in de regen aan het spelen zijn!

Overstroming

Meer verhalen volgen!

 

Interview Judith in het Leidsch Dagblad

LD

Vandaag groot interview met Judith in het Leidsch Dagblad. Het volledige artikel is hier te bekijken: 20131109 – Leidsch Dagblad

Huis te koop: Sitterlaan 53 te Leiden

IMG_20130908_175402-2IMG_20130908_180203

Ons huis gaat in de verkoop! Het betreft een in de Professorenwijk gelegen royaal, goed onderhouden herenhuis (volledig gerenoveerd in 2005), diepe tuin (zuid) ca 20m en achterom, Nabij station Lammenschans, uitvalswegen, scholen en stadscentrum. Mocht je iemand weten of heb je zelf belangstelling: laat het weten (info@haikomeelis.com)!

Indeling:

  • Begane grond: gang, toilet, woonkamer met open haard, houten schuifpui, open keuken en bijkeuken.
  • 1e verdieping: voor slaapkamer over de gehele breedte met inbouwkast, achter slaapkamer met inbouwkast, badkamer met ligbad en toilet, balkon.
  • 2e verdieping: overloop met wastafel, 2 ruime zolderkamers met dakkapel, grote bergruimte met cv en trap naar zolderruimte.

Overige:

  • Inhoud: 430m3
  • Woonoppervlak: 160m2

Foto’s:

IMG_20130908_191728-2IMG_20130908_181453-2IMG_20130908_180815IMG_20130908_190859-2IMG_20130908_190636-2IMG_20130908_191216-2IMG_20130908_191042-2IMG_20130908_175913IMG_20130908_181716IMG_20130908_175717