Bijna 1 Jaar Weg – Kwalitijd!

We zijn alweer bijna 1 jaar weg uit Nederland, de hoogste tijd voor een evaluatie. Een jaar geleden waren we ons huis aan het leegruimen en werden de avonden overheerst door een lange reeks afscheidsetentjes, feestjes en andere gezelligheid. De eindeloze to-do lijstjes zorgden voor stressniveaus’s die misschien niet helemaal gezond waren. Tussendoor las ik ook nog even het boek “Third Culture Kids” over wat we onze kinderen aandeden en las daar doodleuk dat we zo vlak voor vertrek waarschijnlijk in de “paniek-fase” zaten. Oh, was dat het!

Bijna een jaar verder schrijf ik deze blog, lekker hangend in de hangmat in onze tuin. Het jaar is voorbij gevlogen. Een jaar met – afgezien van onze verhuizing zelf – best veel grote veranderingen zeker voor mijzelf. Judith is nu de kostwinner. Dat geeft mij de mogelijkheid biedt om de concepten van de 4-hour work week in de praktijk te brengen en de resterende tijd te experimenteren met van alles en nog wat. Zo geef ik nu een aantal uur per week college aan de economie faculteit van de universiteit waar Judith werkt. Ook schrijf ik veel, danwel voor mijn blogs danwel aan iets wat misschien wel een boek wordt. Ik loop veel hard, wat lang niet altijd meevalt in de hitte hier. Ik doe zeer regelmatig mijn vinyasa yoga en meditatie practice. Inbox Zero is al maanden een feit. Allemaal nieuwe activiteiten en gewoonten waar ik in Nederland niet aan toe kwam om mee te gaan starten. Voor mij is het wel een indicatie dat je best een drastische verandering moet doorvoeren of doormaken om uit je tredmolen te kunnen stappen. Nog lang niet alles gaat helemaal zoals ik het zou willen, maar ik geniet van iedere dag. Ik kan het iedereen aanraden!

Als gezin leven we stukken gezonder dan in Nederland, met name door het versere eten het vele fruit en het gebrek aan verleidingen waaraan we worden blootgesteld. We eten veel minder vlees en alcohol van enige kwaliteit is moeilijk te krijgen. Bovendien is er overal vers sap te koop!

Misschien wel het grootste cadeau van het afgelopen jaar is alle tijd die we als gezin met elkaar doorbrengen. We zijn vaak allemaal thuis en besteden veel aandacht aan of iedereen lekker in zijn vel zit, maar ook aan home schooling. De kids kunnen eindeloos spelen in de tuin of in de buurt. Daarnaast zitten we toevallig (of misschien niet helemaal toevallig) vlakbij allemaal plekken die zonder meer als paradijselijk kunnen worden aangemerkt. Van al die avonturen hebben we voorlopig nog niet genoeg. Hoogtepunt voor mij was wel het snorkelen vlak voor de kust bij Dili (Timor Leste / Oost-Timor) hand in hand met de kids en dan een onderwaterwereld zien waar Nemo jaloers op zou zijn.

Wat ook belangrijk is, is dat de malaria’s en dengue’s van deze wereld ons tot nu toe voorbij zijn gegaan. Snel even afkloppen! Ik denk dat als één of meer van ons daardoor waren getroffen, we nu misschien wel een stuk minder positief zouden zijn.

Natuurlijk is niet alles positief. Allerlei vormen van bureaucratie hebben veel tijd en energie gekost. Het verwerken van een adreswijziging naar een adres in het buitenland is voor menige organisatie in Nederland te moeilijk om in één keer goed te doen. Ook zijn de fouten in de financiële afhandeling van opzeggingen tot nu toe altijd in mijn nadeel geweest. Toch opvallend dat deze nooit in mijn voordeel zijn geweest. In Indonesië hebben we onwaarschijnlijk veel tijd besteed aan het verkrijgen van een werkvisum. Van tijd tot tijd redelijk frusterend.

De laatste weken eist de hitte zijn tol. Het is dik in de dertig graden en het koelt ’s nachts niet al te veel af. Het wordt tijd dat het begint te regenen. Dat is niet alleen beter voor de plantjes maar ook voor ons humeur!

Ondanks deze minpunten denk ik nog niet aan terugkeer naar Nederland. Eerst nog maar eens een tijdje door op het ingeslagen pad en genieten van onze kwalitijd!

Komende week is het weer tijd voor een rondje grote boodschappen. Had ik al gezegd dat Bali voor ons de dichtstbijzijnde plek is om dat te doen? Wat een rotleven hebben we toch!

Advertisements

Komodo National Park & Labuan Bajo

komodo momHet is tegen zessen als ik wakker word. Dat klinkt misschien vroeg, maar meestal zijn we al eerder bezig. Soms uit eigen keuze en gewenning, soms geholpen door een dolenthousiaste Timothy die vindt dat het de hoogste tijd is. Het voelt dus eigenlijk als uitslapen vandaag, niet in de laatste plaats omdat deze nacht niet werd verstoord door festiviteiten rondom een bruiloft die de afgelopen 5 nachten hun tol hebben geëist. Nu hoor ik alleen de zee. Ik ben in Labuan Bajo op het eiland Flores. Het is de uitvalsbasis voor toeristen die naar Komodo National Park willen. De combinatie van de baai, de eilandjes in de buurt, de blauwe zee en de boten die voor anker liggen maken het uitzicht fotogeniek in het kwadraat. Ik logeer in het gastenverblijf bij een verzorgingstehuis voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten. Het is een oud houten huis, zeer goed onderhouden, net zoals de andere faciliteiten prachtig gelegen aan het strand. Ik betwijfel of de bewoners doorhebben op wat voor unieke plek ze wonen.

haven labuan bajo

Hoogste tijd om de buurt te gaan verkennen en geen betere manier om dat te doen dan al hardlopend. Ik denk weg te kunnen sluipen van het terrein zonder iemand wakker te maken, maar het blijkt dat ze hier allang op zijn. Ik weet precies hun dagelijkse gebed in de kapel te verstoren. Dat heb ik weer. Mijn hardlooproute voert vrij snel steil omhoog, een kuitenbijtertje. Halverwege de beklimming ben ik al zo buiten adem dat ik een eenvoudige prooi zou zijn voor een verdwaalde komodo dragon, maar ik kom gewoon boven aan. Labuan Bajo wordt ontwikkeld als toeristenbestemming voor mensen die een uitje willen vanuit Bali. Het vliegveld waar ik langs ren wordt compleet herbouwd. Zelfs de top van de heuvel aan het einde van de landingsbaan wordt er afgehaald om het landen eenvoudiger te maken. Ook wordt er een stuk strand dat eigenlijk een publieke bestemming heeft helemaal volgebouwd met hotels met privé stranden. Zo gaat dat in Indonesië. In Kupang is het niet anders. Als je maar de juiste mensen genoeg betaalt, dan kan alles. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat gebied wel logisch vind om op te offeren voor het toerisme, maar dan hoeft het strand nog niet afgesloten te worden natuurlijk. Ik ren weer naar beneden – dat gaat stukken gemakkelijker – en kom in het centrum van Labuan Bajo. De boten liggen prachtig voor en aan de kust. Bij de markt is het al een drukte van belang. De straat langs de haven is een combinatie van traditionele havenbedrijvigheid, souvenirshops, duikscholen, restaurants en kleinere hotelletjes. Het bevalt mij wel. Er staat zelfs een agent om het verkeer te regelen. Niet dat er al verkeer is op dit tijdstip, maar toch. Bijna terug blijk ik nog een keer zo’n kuitenbijtertje omhoog te moeten. Oef… Gelukkig staan er literflessen vol koud water in de koelkast.

haven labuan bajo 2

Ik probeer een trip naar Komodo National Park te regelen. Maandagochtend heb ik tijd om de komodo dragons te bewonderen, maar je moet eerst 2 uur varen, en weer terug. Nog best een ambitieus plan. Na wat rondvragen ga ik in zee met een scharrelaar bij een hotel. Zoals afgesproken sta ik om vijf uur ’s ochtends klaar om opgehaald te worden, maar niemand te bekennen. Om vijf over vijf bel ik de beste man uit zijn bed en een kwartier later zit ik op de brommer richting de haven. Ik had beter kunnen lopen. Maar het blijkt toch goed dat hij erbij is. De boot blijkt niet te starten en de kapitein doet uitvoerig de technische details uit de doeken en vertelt dat hij dit nog nooit eerder heeft gehad. Ik maak me langzamerhand een beetje zorgen over mijn tijdsschema en vraag om een andere boot. Die heeft mijn slaperige scharrelaar dan toch maar weer snel geregeld en om half zeven ben ik eindelijk onderweg. Dan weet je waarom je om tien voor vijf bent opgestaan… De boot maakt enorm veel lawaai, maar desondanks is het een prachtige tocht. Tussen idyllische eilandjes door varen we naar Rinca Island wat onderdeel is van Komodo National Park. Sommige stukken is het water zo helder dat je vanuit de boot de gekleurde vissen ziet zwemmen.

komodoselfieBij de steiger op Rinca Island staat een geruststellend bord dat er meestal geen krokodillen zitten. Ik zie alleen maar heel veel vissen. Zodra je steiger afloopt krijg je een gids mee met een lange stok om de komodo dragons van je af te houden. Al snel komen we de eerste vrolijke vriend tegen. Ik denk nog even een split-second aan de bear selfies op Facebook van mensen die het niet meer na kunnen vertellen en ga vervolgens vrolijk zelf vier keer op de foto. We lopen ruim een uur rond en komen een stuk of acht komodo dragons tegen. Die beesten hebben een bijzonder goede schutkleur. Eén keer ziet de gids er een, die ik absoluut niet had gehad gezien, maar ook een keer omgekeerd. Toch jammer… We komen een kleintje tegen van ongeveer twee jaar. Hoe schattig ook, niet om te knuffelen. Even verder beschermt een vrouwtje actief haar eieren die ze langs het pad heeft begraven. Volgens de gids heeft ze net gegeten. Ik hoop dat hij gelijk heeft. Misschien de vorige toerist. Hij vertelt dat als de eieren uitkomen de kleintjes direct in de boom moeten klimmen anders worden ze door paps en mams opgegeten. Leuke jongens, die komodo dragons.

rinca islandHet is mooi om een ecologisch evenwicht zo duidelijk in werking te zien. Het werkt allemaal heel simpel. Er lopen buffels te grazen op de heuvels. Daar is het in ieder geval overdag te warm voor de komodo dragons die koudbloedig zijn, dus dat is overdag een soort buut-vrij voor de buffels. ’s Avonds en ’s nachts zijn de komodo dragons niet actief, ook door hun koudbloedigheid. Maar de buffels moeten ook drinken, willen naar een andere heuvel met groener gras of willen ook in de schaduw en dat soort loopjes zijn wel een soort van spannend uitje. De komodo dragons jagen alleen – topsnelheid 20 km/uur – en bijten één keer. Vervolgens wachten ze twee weken tot de buffel dood gaat aan de bacteriële infectie die volgt op de beet. Ze eten met zijn allen de buffel op en dan hebben ze weer voor een maand genoeg. Dat is dan weer een zekerheidje voor de andere buffels.

komodo dadTerug bij de boot blijkt ook deze motor kapot, maar ik maak me niet druk. In Indonesië komt altijd alles goed. Zo ook deze keer, zij het na twintig minuten. Mijn scharrelaar heeft vooruitgedacht en een taxi geregeld om me naar het vliegveld te brengen. Daar aangekomen blijkt het vliegtuig twee uur vertraagd te zijn. Dat is nog altijd beter dan dat het vliegtuig plotseling een uur eerder gaat, wat Judith een week eerder had. Ik drink genoeg kopjes matige oploskoffie op de stoep voor het vliegveld en uiteindelijk komt het met die vlucht ook allemaal goed.

sunset labuan bajoDeze bestemming gaat op de lijst voor nog een bezoek, dan met de hele familie. Je kan ook langere trips naar de eilanden maken en hier moeten we ook zeker een keer gaan snorkelen. En dan is er ook nog strand en zijn er in ieder geval een paar lekkere restaurantjes in een categorie die Kupang niet kent.

Even Eruit! Naar Mount Mutis (Fatumnasi)

IMG_20141025_181017

Even wat anders. Even weg uit de hitte van Kupang, even weg van de kinderen, even tijd voor elkaar. Zaterdagochtend vroeg zitten we in de auto richting Fatumnasi, een plaatsje in een bergachtig gebied op 3,5-4 uur rijden van Kupang. De weg van Kapan naar Fatumnasi is nog steeds een aaneenschakeling van hobbels, kuilen, (te) grote stenen, landslides en steile hellingen. Onze auto kan dit maar net.

IMG_20141025_135539

Aangekomen bij de homestay van Pak Mateos Anin kiezen we zo’n mooie traditionele hut om te overnachten. We kunnen meteen aan tafel, want er was al gekookt voor een grote groep fotografen die zomaar aan waren komen waaien zonder te reserveren. Ik denk niet dat zij zich realiseren dat ze zojuist het voedsel van het halve dorp hebben verorberd.

IMG_20141025_180634         IMG_20141025_181253

‘s Middags lopen we al een eindje de berg op. We zien de ene klimboom na de andere. Met kids waren we niet ver gekomen hier. Bijzonder zijn de grote bonsai bomen, de wilde paarden, de orchideeën die in de bomen hangen en nog een aantal planten met kunstzinnige bladeren. Merlin, die wel mee mocht, rent lekker achter stokken aan. Het scheelt ook voor hem dat het hier een stuk koeler is. ‘s Avonds is het behoorlijk koud, maar daar waren we juist erg aan toe!

IMG_20141025_180807         IMG_20141025_181433

Was de reis naar Fatumnasi al een uitdaging voor onze auto, de kilometer of tien naar het startpunt voor de beklimming van Mount Mutis is de cursus voor gevorderden. Eigenlijk kan onze auto dit niet, maar we halen het toch. Op de terugweg vind ik nog wel een stuk achterbumper dat we blijkbaar op de heenweg waren verloren in al het geweld.

IMG_20141026_181101

De groep fotografen heeft gekampeerd in het bos, dat moeten we met de kids ook maar een keer doen. De klim naar de top voert langs bergweides met zowaar een graf van een Nederlander die daar lang geleden heeft gewoond(!) en door bossen met reusachtige Eucalyptus bomen. En natuurlijk de berglucht en het uitzicht. Zelfs de enclave van Timor-Leste (Oost-Timor) in West-Timor is te zien.

IMG_20141026_180434        IMG_20141026_180743

IMG_20141026_180959        IMG_20141026_180216

En we halen de top!

IMG_20141026_180844

Hier komen we zeker nog een keer terug, dan met kids. Misschien…

Aanpassingsvermogen Opkrikken? Kom Naar Kupang!

De loop van het leven laat zich slecht voorspellen. Niet alleen in Kupang maar overal. De file die er anders nooit staat en je dag in de war gooit, een waardevolle collega die weggaat, iemand die overlijdt of die vriend(in) die je nooit ontmoette. Continu passen we ons aan aan dingen die wel of juist niet gebeuren. Meestal levert het ook wat stress op. De meeste mensen hebben het liefst alles iedere dag hetzelfde. Vaak werk ik in organisaties die zo vastgeroest zitten in (negatief) gedrag dat iedere poging tot verbetering wordt ondermijnd. Men blijft liever  paard en wagen gebruiken dan dat men in die zelfrijdende auto stapt. Als men niet van te voren al precies weet hoe alles zal gaan, dan gaan de hakken in het zand. Er zijn honderden boeken geschreven over hoe je veranderprocessen moet begeleiden, maar die gaan er vaak vanuit dat je precies weet waar je naartoe gaat (de beroemde blueprint). Maar dat laatste is zelden tot op detailniveau mogelijk en dus gaan de hakken in het zand. Jarenlang heb ik me suf gepiekerd hoe je mensen kan laten accepteren dat ze misschien best veel niet van te voren weten, maar dat ze er op moeten vertrouwen dat het toch goedkomt. En nu heb ik het antwoord: Kom naar Kupang! Niet voor altijd, maar gewoon voor eventjes, een paar maanden ofzo.

Een greep uit de gebeurtenissen van afgelopen week… Afgelopen vrijdag heb ik zowaar mijn eerste college gegeven aan de universiteit. Het semester was eigenlijk al een tijdje bezig, maar men was nog druk bezig met het afronden van de tentamens. Daardoor had men ook geen tijd om de inhoud van het vak met mij te bespreken en werd de ruime maand die ik had ter voorbereiding gereduceerd tot 3 dagen. “By failing to prepare, you are preparing to fail” zei Benjamin Franklin ooit eens. Deze zin schiet de afgelopen dagen vaak door mijn hoofd. De dagen voordat het 1e college zou zijn werd het rooster meerdere malen gewijzigd. Zo werd mij dinsdag verteld dat ik vorige week maandag had moeten beginnen. Maar uiteindelijk werd mij verzekerd dat het dan toch echt vrijdag zou beginnen. Om 15u stond ik klaar om te beginnen en er waren zelfs ook studenten. Echter geen spoor te bekennen van degene die samen met mij het college geeft en moet helpen met vertaling waar nodig. Ik bel haar maar eens. Bleek dat ze niet kon komen en blijkbaar vond ze het niet nodig om dat aan mij te vertellen. Er waren echter wel studenten en ik heb gewoon mijn deel van het college gegeven. In het Indonesisch. Trots op mezelf! In gesprek met de studenten blijkt ook nog eens dat beide tijden waarop mijn (verplichte) college valt er ook een ander verplicht college is en ze dus moeten kiezen bij welk vak ze steken gaan laten vallen. De eerdere roosterwijzigingen waren er blijkbaar niet ten behoeve van de studenten.

Het mooie is, niemand maakt zich hier druk om en ik bemerk dat wij dat ook niet meer doen. Zo af en toe worden er grenzen overschreden – zoals bijv. het niet melden dat je niet kan komen – maar over het algemeen buigen we mee in plaats van dat we breken. De inefficiëntie die het gevolg is van al die last-minute wijzigingen en verrassingen valt natuurlijk niet goed te praten, maar we hebben hierdoor het afgelopen jaar wel een aanpassingsvermogen ontwikkeld waar veel meer mensen ook baat bij zouden hebben. Vooral de mensen die alles van te voren bedacht willen hebben en volledig van slag zijn als het net ietsjes anders loopt. We hebben een prachtige logeerkamer en iedereen die denkt er baat bij te hebben is van harte uitgenodigd!

In De Reeks Eiland Hoppen: Sabu

Zoutwinning

Een weekendje zonder kids, dat leek ons een buitengewoon goed idee. Lodhy, onze hulp, heeft ondertussen voldoende zelfvertrouwen dat ze onze lieftallige spookjes een paar dagen in het gareel kan houden. En zo gaan Judith en ik voor in het eerst sinds we in Indonesië zijn samen op stap. Naar Sabu, een klein eilandje dat tussen West-Timor en Sumba ligt. Als je van Bali naar West-Timor vliegt dan zie je het vaak liggen. De directe aanleiding om naar Sabu te gaan is dat in de zomermaanden een aantal studenten van Judith een project op Sabu doen en zij moet ze opzoeken om de voortgang te bespreken en te kijken of het goed met ze gaat.

Vliegtuigje

We vliegen naar Sabu met Susi Air, een maatschappij die met kleine vliegtuigjes allerlei vliegveldjes in de buurt aandoet. Voor afgelegen plekken zoals Sabu die soms tijden onbereikbaar zijn per boot vanwege te hoge golven is het een hele belangrijke service. In Kupang hebben ze 2 toestellen (Cessna) die zeer goed onderhouden worden. Veel beter dan bijvoorbeeld TransNusa, een maatschappij die ook bestemmingen in de buurt bediend maar dan met grotere redelijk aftandse toestellen. De piloten van Susi Air komen voornamelijk uit Engeland, jonge gasten die het avontuur zoeken. Zo’n klein vliegtuig vliegt ook veel lager waardoor er heel veel te zien is. Zo kan ik me bijvoorbeeld eens goed oriënteren op Pulau Semau, een klein eilandje vlakbij Kupang, waar we ook nodig eens naartoe moeten.

Vanaf Seba Airport gaat het achterop de brommer (bagage op de rug) naar het dorpje Bodae, in het oosten van het eiland. Zo na een half uur hobbelen heb ik er wel genoeg van. Uiteindelijk zijn we na ruim een uur op de plaats van bestemming. We logeren bij de plaatselijke dominee. Het is een komen en gaan van Judith’s studenten die over het hele eiland verspreid hun project doen. Ik vind het verbazingwekkend hoe goed ingeburgerd ze zijn na slechts een paar weken, terwijl de meeste mensen op Sabu voornamelijk hun eigen taal spreken en maar zeer beperkt Bahasa Indonesia.

Hutjeaanzee

Wonen op Sabu is een hard gelag. Het is erg droog. Er zijn nauwelijks winkels en de meest vanzelfsprekende dingen zijn schaars, zoals bijvoorbeeld brandstof. De dominee waar we logeren heeft wel een auto, maar zonder brandstof ben je gauw uitgereden en dus zit er een mooie hoes rond de auto. Dit zien we veel vaker. Door de droogte is het bepaald niet vanzelfsprekend om hier groente te verbouwen. Uit noodzaak zijn de mensen hier grotendeels zelfvoorzienend, maar dat kost ze veel tijd en aandacht. Alle dagen hebben we min of meer hetzelfde gegeten (3x per dag).

Lontar1

Lontar2Er staan veel lontarpalmbomen, waarvan het sap wordt gewonnen (lekker!). Hiertoe klimmen iedere ochtend en avond mannen de boom in om de kunstig van lontarpalmblad gemaakte mandjes waarin het sap wordt opgevangen te legen. Terwijl ze dit doen zingen ze de boom toe, om hem goed gezind te houden. Dan loop je dus ergens en ineens hoor je wat traditioneel gezang. Bij mij duurt het dan even voordat ik doorheb dat dit vanuit bovenin die hele hoge palm komt. Lontarpalmbomen worden vaak vlakbij elkaar gepland, omdat de mannen die de mandjes legen dan van boom naar boom kunnen springen/zwaaien (zoals apen dit doen), want alle bomen 20m omhoog en weer omlaag klimmen is wel erg zwaar. Het is allemaal niet zonder gevaar. Er valt er regelmatig eentje naar beneden. Apen hebben tenslotte niet voor niets een staart…

SchelpTerwijl Judith lekker aan het werk is, trek ik er op uit om de omgeving te ontdekken. Het eiland lijkt veel op Sumba. Nog droger, maar vergelijkbaar pittoresk. Ik stuit op een rots aan het strand waar iemand ten behoeve van zoutwinning allemaal kolossale schelpen (opgedoken uit zee) heeft neergezet. Hij vult ze met zeewater en laat het water verdampen en kan op die manier het zout winnen. Weinig efficient, maar het lijkt alsof Gaudi hier aan het werk is geweest zoals het eruit ziet. Een onwerkelijke omgeving.

De studenten spelen ook graag voor toeristengids en zo bezoeken we tussen de bedrijven door nog allerlei bezienswaardigheden zoals een rumah adat. Dat is een huis wat wordt gebruikt voor alle traditionele rituelen (dus zoals die al in gebruik waren voordat het christendom hier zijn intrede deed).

RumahAdat

Als we op zondag weer vertrekken worden we uitgezwaaid door een grote groep studenten. Een weekend zonder luxe, maar zeker voor herhaling vatbaar.

Kupang Everyday Life #2 – Schiet Op, We Moeten Naar School!

school1

Lekker vroeg opstaan is het motto hier in Kupang en gezien de temperatuur helemaal niet zo’n gek idee. Om vijf over zeven staan we allemaal klaar om naar school te gaan. Tenminste dat dachten we. Dan blijkt dat Timothy toch nog een laatste hap brood moet, dat ie de schoenen die hij aanhad weer heeft uitgedaan en dat het toch nog is gelukt om de drinkfles die gisteravond nog in zijn tas zat toch weer zoek te maken. Het gebruikelijke gedoe in de ochtend, zoals bij zovelen. Gelukkig hebben wij Rivka, die om zes uur al klaar staat om te gaan en iedereen bij de les houdt om toch maar vooral niet op te laat te komen. We hebben geen idee waar die angst vandaan komt, maar het is wel een „dingetje”.

school5

School begint hier om half acht. De meeste dagen zijn de kids alledrie op andere tijden klaar en bovendien veranderen de tijden nogal vaak. Wat daar handig aan is, is ons tot nog toe ontgaan. Andere ouders horen we er niet over. Na één week continue heen en weer pendelen van huis naar school om weer de volgende op te halen, hebben we maar gauw een brommertaxi ingehuurd om de kinderen van school te halen. Oom Beny, zoals hij wordt genoemd, blijkt zeer betrouwbaar en het geeft rust. De school is op ongeveer een kwartier rijden met de auto, behalve als de verkeerspolitie een poging doet om het verkeer te regelen, dan duurt het twee keer zo lang.

school3De school heeft een aantal hogere doelen (bijv. „Developing the Future Leaders of Indonesia”), uitgangspunten en daarvan afgeleide leerdoelen die op het eerste gezicht misschien wat hoogdravend lijken. Ondertussen vind ik dat het zeer concreet maken van gewenst gedrag erg nodig is, omdat dit gedrag zo afwezig is (vooral bij de volwassenen). Ik denk er sterk over om een aantal van deze punten één op één te kopiëren voor mijn collegereeks die volgende week start. Ik twijfel nog of ik er dan bij moet zeggen dat ik deze rechtstreeks van Timothy’s kleuterschool heb overgenomen.

Er wordt lesgegeven in het Indonesisch en het Engels. Dit betekent dat onze kinderen dus drietalig opgroeien. Vooralsnog gaat dat goed. De kinderen kunnen beter Indonesisch dan wij, erg handig als ik een woord niet weet. Ook het Engels begint vorm te krijgen. We kunnen nog niet echt hoogte krijgen van het niveau, wat ze nu echt leren op school en hoe het zich verhoudt tot het Nederlandse onderwijs. We besteden dan ook thuis nog veel tijd aan het doornemen van de stof (ze hebben al huiswerk!) of extra stof zoals bijvoorbeeld rekenen op Khan Academy.

school4Regelmatig is er een communicatiestoornis met school. Zo bleek bijvoorbeeld laatst dat Esther al had moeten kunnen lezen en schrijven voordat ze aan dit schooljaar begon (klas 1, vergelijkbaar met groep 3). Wij wisten van niets en dachten dat ze dat nu zou gaan leren. In het vorige schooljaar is hier ook niets over gezegd. Esther was toen druk bezig om de taal te leren. Dit zijn we nu dus weer aan het repareren. Zo is er iedere keer weer iets. Het niet-communiceren omdat je iemand niet tegen het hoofd wilt stoten, teleurstellen of omdat wordt gedacht dat er een bezwaar zou kunnen zijn, is redelijk onverenigbaar met hoe we het in Nederland gewend zijn. Langzamerhand worden we beter in hoe daarmee om te gaan, maar het is wel een van de lastigste culturele verschillen.

school2

Vorige week hadden Rivka en Esther een soort proefwerkweek. De week ervoor hadden ze vrij om het voor te bereiden. Dat heeft ons toen behoorlijk wat tijd gekost, niet in de laatste plaats omdat het Indonesisch voor ons ook best pittig is. De cijfers die ze hebben gescoord doen vermoeden dat het behoorlijk goed is gegaan. We zijn benieuwd wat de juffen ervan zeggen in het volgende 10-minutengesprek.

Sumba – Parel van Oost-Indonesië

Lamboya

Staan we op Timor soms al versteld van hoe dichtbij de bewoonde wereld er nog heel primitieve dorpjes zijn, op Sumba is het contrast mogelijk nog groter. Op korte afstand van standaard Indonesische stadjes, of soms zoals in Waikabubak er middenin op heuveltjes, liggen kleine dorpjes nog geheel in de oude traditie. Gelegen tussen Timor en Bali lijkt Sumba meer te bieden te hebben qua natuur dan Timor of het is in ieder geval beter toegankelijk. GrafsteenDe mensen op Sumba zijn zeer trots op hun cultuur die zich uit in bijvoorbeeld de specifiek Sumbanese huizen, de kleding, de houten beelden en de pasola (paardenraces). Dit zie je op Timor ook, maar de trots lijkt minder groot. Plaatsen op Sumba luisteren naar namen als Tambolaka, Waingapu of Waikabubak die mij in eerste instantie meer overkomen als namen van eilandjes in de Pacific. Wellicht lijkt het daardoor ook exotischer dan het in werkelijkheid is. We zijn ondertussen een aantal keer op Sumba geweest en aangezien het werk van Judith zich ook deels hier afspeelt verwacht ik dat we hier nog wel een stuk vaker gaan komen.

Desa

MantelzorgMet Ton & Evert zijn we naar West-Sumba geweest. Allereerst naar Waikabubak, een slaperig stadje met weinig highlights in het midden van het eiland, maar een prima uitvalsbasis voor excursies in de buurt en in het bezit van een van de beste art shops van het eiland voor de broodnodige souvenirs. Als ik ga hardlopen ren ik binnen de kortste keren over smalle paadjes door de natuur, iets wat in Kupang eigenlijk niet mogelijk is. We regelen onder andere een trip naar het nabije Nationaal Park en volgens de goede Indonesische traditie is het volstrekt onduidelijk wat de toegangsprijzen zijn. Tijdens de onderhandelingen met de park ranger worden officiële documenten gepresenteerd met werkelijk belachelijke prijzen (600 Euro per dag) voor toegang tot een gebied waar ook gewoon mensen wonen die echt niet betalen. Later zijn we ook door hetzelfde gebied gereden zonder iets te betalen. Orang TuaUiteindelijk komen we uit op iets meer dan een tiende van de prijs inclusief 4WD en gidsen. De gidsen bleken van onschatbare waarde, niet zo zeer als gids maar zeker wel als mantelzorgers voor Ton en Evert voor wie de tocht wel erg uitdagend was. De kids zijn daarentegen cum laude geslaagd voor hun klauterdiploma. De uiteindelijke bestemming was een waterval middenin de bush. De plek zou zonder meer dienst kunnen doen als set voor een volgende Lord of the Rings. Het woord idyllisch doet onvoldoende recht aan de omgeving.

IMG_20140701_151710  Ikat

Rumah Sumba

Uiteraard bezoeken we de traditionele dorpjes en zelfs een offerceremonie als onderdeel van een begrafenis. Het is fascinerend om te zien hoe de bewoners hun tradities in stand proberen te houden. Tegelijkertijd hebben ze natuurlijk wel allemaal een brommer en een mobieltje.

Strand Lamboya

De tweede plek waar we verblijven is aanzienlijk luxer, een piepklein resort in Lamboya, dichtbij de kust. We laten ons lekker vertroetelen. Ook dit is een prima uitvalsbasis voor wandelingen door de bergen en langs het strand. Vlakbij wordt jaarlijks een pasola gehouden, dat is een paardenrace. De plek heeft prachtig uitzicht over de omgeving en we vragen ons af hoe het zal zijn als hier de races worden gehouden. De eigenaar van het resort belooft ons plechtig dat hij zal bellen wanneer hij weet wanneer de volgende pasola wordt gehouden. We zijn benieuwd…

Pasola

De vertrektijd van de terugvlucht bleek te zijn veranderd, zonder dat Garuda Indonesia het nodig vond om dat aan ons te vertellen. Nog een geluk dat het naar een later tijdstip was. Verwonderd vraag ik me af al die andere mensen die ook voor niks 3 uur zitten te wachten dit ook niet onhandig vinden. Een mooie oefening voor mijn „letting-go”-practice. Adem in, adem uit. Vlak voor vertrek komt er een medewerker van Garuda naar me toe. Hij vertelt dat de vlucht ook nog overboekt is. Of ik Timothy’s ticket wil ruilen voor een baby-ticket en het overgrote deel van de ticketprijs wil terugkrijgen. Dan moet ik hem wel op schoot nemen. En oja, als de crew vraagt hoe oud Timothy eigenlijk is, dan moet ik twee zeggen en dat hij een beetje groot is voor zijn leeftijd. Langzamerhand zijn we Indonesisch genoeg om direct op het voorstel in te gaan, want de ticketprijzen waren ons al niet helemaal meegevallen. Timothy leefde zich bijna helemaal in in zijn babyrol. Gelukkig stelt er niemand een vraag als onze baby luidkeels tot tien telt in het Indonesisch.

IMG_20140722_221105 IMG_20140722_222146

Voor de bevestiging van Judith als predikant te Sumba moeten we een paar weken later naar Ramuk, in het midden van Sumba, waar een vergadering van de synode wordt gehouden. Houden we in het overgrote deel van de wereld vergaderingen met honderden deelnemers in de meest afschuwelijke conferentie oorden, zo niet te Sumba. Er is ook geen hotel van een dergelijke omvang op het eiland te vinden, maar de oplossing is geniaal. Men neemt een zeer afgelegen dorp, prachtig gelegen in een Nationaal Park, knapt het hele dorp op (alle huizen worden gebruikt als logeeradressen, wegen, water, elektriciteit, sanitair) en zie hier: je hebt een vergaderlocatie en na afloop hebben de bewoners alle faciliteiten. Er is geen bereik voor de mobiele telefoons, wat naar mijn idee een verademing is aangezien Indonesiers altijd de telefoon opnemen en dan luid beginnen te praten. Niet handig als je met zijn honderden bent. De reis er naar toe kan alleen per 4WD en voert door behoorlijk bergachtig gebied met prachtig uitzichten en zelfs door een aantal rivieren.

IMG_20140722_221647 IMG_20140722_221231